Jonathan van der Horst vertelt over zijn schrijfresidentie in het Letterenhuis. Een gesprek over inspiratie, schrijfdromen en Antwerpen als boekenstad.
Een van de nieuw opgenomen werken in de recentste editie van de literaire canon (2025) is Een revolverschot van Virginie Loveling (1836-1923). Het is een van Lovelings beste romans.
Maurice Gilliams was gepreoccupeerd met het beeld dat hij voor het nageslacht wilde overhouden. Hij probeerde angstvallig niet voor publicatie bestemde teksten (kladjes, proefschriften, ...) te doen verdwijnen. Maar laten die stukken nu net enorm belangrijk zijn voor de studie van zijn werk.
Het bekendste werk van Maurice Gilliams (1900-1982) is de roman Elias of het gevecht met de nachtegalen (1936). Net als bij zijn andere literaire werken, zijn er versies van het boek in verschillende stadia bewaard, onder meer twee vroege handschriften.
Voor Marthe Nelissen werkt de inspirerende omgeving van het Letterenhuis productief. Ze vertelt over haar roman in wording en dat de weg ernaartoe langer is dan ingeschat.
Valerie Eyckmans stelde zich kandidaat voor De Verdieping omwille van de schrijfplek. Ze vertelt over laveren tussen ideeën, het evenwicht tussen luisteren naar verschillende meningen en loslaten, en de waarde van stilte.
Uit het omvangrijke archief van auteur en kunstenaar Lucienne Stassaert (1936) selecteerde onderzoeker Kate Dejonckheere enkele stukken in verband met baar/moederlijke vervreemding. Thema’s als lichamelijke mutaties, zwangerschap, bevalling en moederschap lopen als een rode draad door het werk van Stassaert.
Anneleen Van Offel getuigt over het verlies van haar stilgeboren kind en hoe taal haar hielp om met dit onzegbare verdriet om te gaan. Hoe verhoudt het intieme rouwproces zich tot de vaak oordelende stemmen van de samenleving? En welke rol speelt moedertaal in het delen en dragen van die pijn?
Het ouderschap als oorlogsmonument in Gerard Walschaps 'Moeder'.
Sien Volders blikt terug op de aangrijpende roman Moeder van Gerard Walschap, die haar al jaren diep raakt. Via het verhaal van Anna ontdekt ze telkens opnieuw de rauwe kracht van ouderschap en verlies. Wat begint als een ode aan moederschap groeit uit tot een oorlogsmonument dat ons herinnert: altijd iemands kind.