Van Zadelhoff debuteerde al vroeg. In 1973, op vijftienjarige leeftijd, verscheen in het literaire tijdschrift Kruispunt-Summier zijn gedicht ‘Want’. In ‘Altijd vijftien’, gepubliceerd in het tijdschrift Deus Ex Machina in 2008, blikt hij terug op dat prille begin. Hij schreef het gedicht naar eigen zeggen al op zijn veertiende, onder invloed van een joint en na een voorstelling van dichter en voordrachtskunstenaar Simon Vinkenoog. Laurence Mettewie, hoogleraar Nederlands aan de Université de Namur, omschrijft het in haar essay ‘L’influence de la Deuxième Guerre mondiale dans la thématique littéraire de la gauche flamande’ (Textyles, Hors série n° 2, 1997) als een aanklacht tegen een wereld die wordt beheerst door geld, techniek en oorlog.
Van vroeg debuut tot bekroonde poëzie
Toch laat Van Zadelhoff lang op een eerste dichtbundel wachten. Pas in 2008 verschijnt bij Meulenhoff Tijd en Landen. Dat blijft niet zonder succes: de bundel wint de Herman de Coninckprijs voor het beste poëziedebuut. In die bundel staat ook ‘Foxterriër’, een gedicht over het verlies van zijn huisdier. Dat onderwerp leidt later tot een correspondentie met schrijfster Charlotte Mutsaers. Van Zadelhoff vertelt over hun ontmoeting: ‘Ik liep een keer in het Vondelpark in Amsterdam en toen stond zij daar met haar hondje, een foxterriër, en wij hadden eenzelfde soort hondje. Dus we geraakten aan de praat. Later schreef ze een stuk in De Standaard, volgens mij over haar hond die overleden was. Toen heb ik haar een uitgebreide brief gestuurd. Zo is er dus een hele correspondentie rond de foxterriër ontstaan.’
Ook zijn latere poëzie blijft Van Zadelhoff publiceren in literaire tijdschriften vooraleer die als bundels verschijnen. Zo gingen aan Het ei van Fabergé (2014) al publicaties van individuele gedichten in onder meer Het Liegend Konijn en De Brakke Hond vooraf. Hetzelfde geldt voor Al mijn kappers, zijn recentste dichtbundel, die in 2020 bij Polis verscheen.
Architectuur, familie en theater als rode draad
Als romancier debuteerde Willem van Zadelhoff in 2003 op vijfenveertigjarige leeftijd met de roman Een stoel. Daarna volgden Holle haven (2006) en Ga niet weg (2010). Hoewel die romans los van elkaar te lezen zijn, vertonen ze een thematische samenhang rond ontwerp en architectuur. In Een stoel komen Bauhausontwerpen aan bod via de achterpootloze stoelen van Marcel Breuer en Mart Stam, in Holle haven staat het naoorlogse modernisme op de voorgrond, en Ga niet weg behandelt het Holländisches Viertel in Potsdam en het Nieuwe Bouwen van de jaren vijftig en zestig. Samen vormen deze romans een overzicht van de opkomst en afbraak van het modernisme. In het archief zijn verschillende typoscripten, drukproeven en werkmateriaal van deze drie romans terug te vinden.
Naast architectuur reikt de samenhang tussen deze romans verder: ze brengen een geschiedenis van de familie Kats. Ook Een graf in de wolken, verschenen in 2019 bij Polis, sluit daarbij aan. Van deze roman bevat het archief verschillende typoscripten, waarvan sommige nog werktitels als ‘Moervos’ en ‘Het plein en de vos’ dragen. De roman focust op het personage Dora Kats, de dochter van Gerrit Kats, die op zijn beurt centraal stond in Een stoel. Opvallend genoeg bleef Dora Kats afwezig in de voorgaande romans, maar niet zonder reden: tijdens de Tweede Wereldoorlog had ze een relatie met een Duitse jongen.
Die Duitse soldaat is Rudi Mörtenböck, de oudere broer van Bernhard Mörtenböck, die dan weer een van de hoofdpersonages is in de roman Vuur stelen, gepubliceerd door Meulenhoff in 2008. In dat boek, en later ook in De nachten van Hofman (2015), treedt een andere constante in Van Zadelhoffs werk naar voren: de theaterwereld. In De nachten van Hofman speelt Tsjechovs toneelstuk De meeuw een centrale rol, wat ook al zichtbaar is in vroegere versies van de roman, die nog de titel ‘Tsjechov lacht’ dragen.

Het gedicht ‘Want’ in Kruispunt-Summier en een vroegere manuscriptversie ervan

Brieven en foto’s uit de correspondentie met Charlotte Mutsaers

Grondplannen en tijdlijn uit Van Zadelhoffs documentatie voor Holle haven
Het archief van Willem van Zadelhoff in het Letterenhuis
In maart 2026 schonk Willem van Zadelhoff een aanvulling op zijn archief aan het Letterenhuis. Dat nieuwe archiefdeel werpt onder meer licht op zijn recentste roman Na de dagen, die in april 2026 bij Tristan verscheen.
Het archief toont ook minder zichtbare delen van Van Zadelhoffs schrijverschap. Zo omvat het onuitgegeven romans en verhalen uit de jaren negentig. De verhalenbundel ‘De bijl’ neemt daarvan veruit de meeste ruimte in. Hoewel deze bundel niet gepubliceerd werd, keren elementen eruit terug in de roman Vuur stelen, waarin het hoofdpersonage zijn demente moeder met een bijl uit haar lijden verlost. Ook werd één verhaal uit de bundel, ‘Ardea Cinera’, in 2007 gepubliceerd in een nummer van Deus Ex Machina, dat eveneens in het archief aanwezig is.
Naast schrijver en dichter was Willem van Zadelhoff ook actief als recensent van Duitse literatuur bij De Standaard der Letteren. Die belangstelling wortelt in zijn jeugd in Arnhem, vlak bij de Duitse grens. ‘In die tijd had je nog antennes die op het dak stonden en wij ontvingen één Nederlandse zender en twee Duitse zenders, dus wij keken heel veel naar Duitse televisie. En in die zin is de Duitse cultuur mij heel vertrouwd geworden.’
Van Zadelhoff is actief als docent prozaschrijven aan de SchrijversAcademie in Antwerpen. Ook zijn werk als docent is in het archief vertegenwoordigd, onder meer in een lezing met de veelzeggende titel ‘Over schrijven, over lezen, over schrijven, over leven...’
Het archief van Van Zadelhoff is raadpleegbaar in de leeszaal.

Selectie van recensies geschreven door Willem van Zadelhoff in De Standaard der Letteren
