De Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde werd in 1886 opgericht. Haar opdracht was de literatuur in de volkstaal te bevorderen en de ontwikkeling van de wetenschappen in het Nederlands te stimuleren. Het eerste interne reglement voorzag al in het jaarlijks organiseren van wedstrijden ‘over onderwerpen betreffende Nederlandse taal- en letterkunde. De prijsvragen sloten zo nauw aan bij het streven van de Academie om het Vlaamse intellectuele, culturele en literaire leven te versterken.
Bij de eerste editie in 1887 werden studies gevraagd in verband met taalkunde, taalzuivering, ‘vaderlandse’ geschiedenis, literatuurgeschiedenis en een lofrede op Jan-Frans Willems. Het moest om niet gepubliceerd, ‘handschriftelijk’ werk in het Nederlands gaan. De inzendingen moesten onder een kenspreuk of een symbool ingezonden worden om een objectieve beoordeling mogelijk te maken. Hun naam en adresgegeven werden bijgevoegd in een gesloten omslag. Het initiatief was een succes met ruim twintig inzendingen, waarvan er drie bekroond werden en twee een eervolle vermelding kregen. De prijsvragen werden een vast onderdeel van de werking van de Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde. Nog voor de Eerste Wereldoorlog werden naast de ‘wetenschappelijke prijsvragen’ ook prijzen ingesteld voor origineel literair werk (proza, poëzie, theater). De vaak uitvoerige beoordelingen van de prijsvragen werden tot aan de Tweede Wereldoorlog gepubliceerd in de ‘Verslagen en mededelingen van de Academie’.
In de periode tot de Tweede Wereldoorlog lag de nadruk op studies over taalkunde, dialectologie, volkskunde, bibliografie en de geschiedenis van de Nederlandse letterkunde tot aan de Franse Revolutie. Vanaf 1894 tot 1926 werden ook regelmatig ‘vakwoordenlijsten’ van beroepen en ambachten gevraagd. Het leverde een interessante reeks inzendingen op omdat ze de taal op dat moment in detail documenteren. Bovendien zijn ze ook vaak geïllustreerd met tekeningen of foto’s. Felix Leviticus zijn vakwoordenlijst voor ambachten uit de diamantverwerking werd in 1906 bekroond. Hij illustreerde zijn tekst met tal van foto’s van diamantbewerkers aan het werk en hun werkplaatsen. Zijn studie werd het jaar daarop gepubliceerd, zoals vaker met bekroonde inzendingen gebeurde. De woordenlijsten van andere beroepen werden door de Koninklijke Academie zelf gepubliceerd in de reeks ‘Vak- & Kunstwoorden’. De delen over de metselaar en over de loodgieter waren van de hand van de Gentse ingenieur-architect Alfons van Houcke. Soms speelden prijsvragen ook in op de actualiteit. De wereldtentoonstelling van 1913 in Gent was wellicht de aanleiding voor het uitschrijven van een prijsvraag naar het Gentse dialect. Na de Tweede Wereldoorlog werden regelmatig ook studies naar Vlaamse literatuur uit de late 19e en de vroege 20e eeuw gevraagd. In 1953 was er bijvoorbeeld een prijsvraag over Guido Gezelle en in 1962 over de poëzie van Paul van Ostaijen.

Kaft van Felix Leviticus' in 1906 bekroonde vakwoordenlijst voor ambachten uit de diamantverwerking.

Met foto geïllustreerde pagina van de vakwoordenlijst voor ambachten uit de diamantverwerking.

Een foto van een groep werklieden uit de vakwoordenlijst voor ambachten uit de diamantverwerking.
De inzenders van de prijsvragen waren bekende en minder bekende auteurs uit Vlaanderen. Een opvallende naam is deze van Virginie Loveling, die in 1901 een verzameling traditionele kinderliedjes noteerde en instuurde. Tussen de onderzoekers de meedongen naar een prijs vinden we ook namen als Isidoor Teirlinck, Hippoliet Meert, Theodoor Sevens, volkskundige Hervé Stalpaert, Anne-Marie Musschoot en Leo Simons. De namen van de niet bekroonde inzendingen zijn in veel gevallen niet meer te achterhalen.
De inzendingen van de wetenschappelijke prijzen zijn goed voor ruim 25 meter archief. Alle inzendingen werden per jaar beschreven. De gekende auteurs en de titels van de inzendingen werden van de documenten overgenomen. Tijdens de inventarisatie bleek dat niet alle inzendingen bewaard gebleven zijn. Het aantal inzendingen varieerde trouwens sterk van jaar tot jaar: tijdens de eerste decennia vaak tien of meer studies, na 1940 gevoelig minder inzendingen, al waren de studies vaak wel lijviger. Vanaf deze periode werden ook regelmatig thesissen en doctoraalscripties ingestuurd.
De ontsluiting van de wetenschappelijke prijzen was de eerste fase in de ontsluiting van het archief van de Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde. In een tweede fase zullen ook de inzendingen voor de vele literaire prijzen geïnventariseerd en beschreven worden. Bekijk de inventaris op het collectieplatform.

Inzending over de Franse grondwet van 1789 van Theodoor Van Den Bergh voor de prijsvraag van 1887

Kinderliedjes opgetekend door Virginie Loveling voor de prijsvraag van 1901

Inzendingen voor een Lierzang ter gelegenheid van 75 jaar Belgische onafhankelijkheid
