Overslaan en naar de inhoud gaan
Persoonsarchief Maurits Sabbe

Maurits Sabbe

Persoonsarchief

Zes dozen archief van de auteur Maurits Sabbe (1873–1938) zijn deze zomervakantie toegankelijk gemaakt. Sabbe schreef graag gelezen romans, vele verhalen en ook herhaaldelijk opgevoerde theaterstukken (zoals Caritate uit 1914 en Bietje uit 1920). Met zijn liederen en gelegenheidsgedichten kwam hij op voor de Vlaamse zaak, net zoals zijn vader Julius Sabbe (die de beroemde cantate Klokke Roeland dichtte). Later was hij conservator van Museum Plantin-Moretus (1920-1938) en hoogleraar Letterkunde aan de Vrije Universiteit Brussel (1923-1938).

Maurits Sabbe

Maurits Sabbe

Het pas verwerkte archief in het Letterenhuis omvat voornamelijk documenten uit de latere periode. De collectie bevat wel enkele belangrijke manuscripten uit Sabbes schrijverscarrière als Caritate (1914), ’t Pastorken van Schaerdycke (1919)en ’t Kwartet der Jacobijnen (1920). Maar we treffen vooral veel artikelen en essays aan die hij schreef in zijn rol als conservator en hoogleraar: over de familie Plantin-Moretus, de rol van Antwerpen in de 17de eeuw, volksliederen en literaire en taalkundige geschiedenis. De meeste van deze teksten zijn gepubliceerd in de uitgaven van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal en Letterkunde. Sabbe was er sinds 1919 actief lid van en werd in 1931 voorzitter.

Brief aan Staf Brugge

Brief aan Staf Brugge

Interessant in het archief is ook een pakket brieven van tijdens de Eerste Wereldoorlog. Na een initiële vlucht naar Nederland, kwam Sabbe in 1915 terug naar België waar hij op dat moment les gaf aan het Koninklijk Atheneum in Mechelen. Hij sprak zich uit tegen de vervlaamsing van de Gentse Universiteit en mede-ondertekende daarvoor de protestbrief aan Moritz von Bissing, de Duitse gouverneur-generaal die verantwoordelijk was voor de invoering van de zogenoemde Flamenpolitiek. Sabbe bleef tegelijkertijd fel opkomen voor de Vlaamse belangen.

Hij schreef onder meer brieven aan zijn vrienden de theatermakers Staf Bruggen en Paul van Aerden, die verbleven in het krijgsgevangenkamp in Göttingen. Zij geven een inkijk in het dagelijkse leven van dat Duitse krijgsgevangenkamp waar vooral Vlaamse letterkundigen en intellectuelen werden opgesloten. De bedoeling van de Duitsers was om deze gevangen zoveel mogelijk af te zonderen en er middels doelgerichte propaganda voor te zorgen dat ze een deel van de Vlaamse intellectuele klasse konden winnen voor de vrijwillige splitsing van België. Maurits Sabbe schreef zijn vrienden hoe hun familieleden het stelden en bezorgde hen enkele van zijn theatermanuscripten zoals Bietje en Caritate. Deze zijn opgevoerd door het krijgsgevangentoneel dat in 1916 in Göttingen werd opgericht.

opvoering theaterstuk 'Bietje'

Opvoering theaterstuk Bietje

Maurits Sabbe stierf in 1938 in Antwerpen. Meteen na zijn dood werden er plannen gemaakt voor een huldiging en grafmonument. Hij ligt begraven op het ereperk van het Antwerpse Schoonselhof.
Sabbes buste is te vinden aan het Minnewater in Brugge, dicht bij het sashuis dat een belangrijke locatie was in zijn roman De filosoof van ’t Sashuis (1907).

Woning in Brugge

Woning van Maurits Sabbe in Brugge

De inventaris kun je hier inkijken: https://anet.be/isadtree/letterenhuis/opaclhisad/isad:lh:778.

Op nu naar de ontsluiting van het archief van vader Julius Sabbe!

Meld je aan voor de nieuwsbrief