Het was lang geleden dat ik nog in een archief zat, en ik genoot oprecht van de sensoriële ervaring: door die gangen wandelen, de geur opsnuiven, in de stille leeskamer zitten met een potlood. De uitgebreide rondleiding die ik kreeg, hielp me ook om de context beter te begrijpen: waar komt dit vandaan, hoe situeren die velletjes van Adele zich in het grotere geheel? Zien hoe uitzonderlijk het materiaal was waarmee ik mocht werken, maakte de ervaring des te waardevoller.
© Van Exel
Zou je even in je eigen woorden willen omschrijven welke rol jij hebt gekregen in het dorp-concept van Dalilla?
In die constellatie ben ik de vroedvrouw: de bewaker van geboorte en leven, maar ook iemand die altijd betrokken was bij dood en overgangsmomenten. Naar mijn gevoel een heel cruciaal figuur, die echter vaak onderbelicht blijft, zeker in recente tijden.
Dat klinkt als een veelzijdige rol. Kon je je er makkelijk in vinden?
Zeker, omdat ik zowel professioneel als persoonlijk sterk geïnteresseerd ben in alles wat raakt aan het reproductieve. De rol van de vroedvrouw en wat ze kan belichamen in onze maatschappij fascineert me enorm. Al een aantal jaar werk ik samen met vroedvrouworganisaties om hun positie politiek, maatschappelijk én financieel te versterken. Daarnaast volg ik ook wat er in de literatuur over het reproductieve geschreven wordt.
Het is dus een rode draad doorheen mijn werk, op alle vlakken, waardoor de sprong naar deze rol relatief eenvoudig was. Als historica van opleiding was het bovendien fijn om nog eens in een archief te duiken en al die thema's waarin ik geïnteresseerd ben samen te laten komen.
Waar komt die fascinatie voor de wereld van de vroedvrouw en het reproductieve vandaan?
Het verbaast me hoe weinig aandacht we als maatschappij — en ook in het politieke bestel — hebben voor de aanvang van het leven en alles wat raakt aan het reproductieve, tenzij het sterk normerend is. Er is weinig verwondering over hoe het leven begint, en dus ook weinig ondersteuning van die processen. Als politica vond ik dat al schrijnend, en dat gevoel is sindsdien alleen maar sterker geworden. Hetzelfde geldt voor de dood.
Die twee grote overgangen zijn zo fundamenteel menselijk, en toch schenken we er zo weinig aandacht aan – en dan bedoel ik niet de kleur van de babykamer (lacht) – maar de beleving van zo'n proces: hoe zijn we hier gekomen, wat kunnen we beter doen, en welke kennis is er verloren gegaan? In mijn artikel schrijf ik op een gegeven moment dat het heel duidelijk is dat Adele, wanneer ze bevalt, waarschijnlijk nog nooit zelf een bevalling heeft bijgewoond. Wat als vrouw eigenlijk heel bizar is. Het is zo’n fundamentele ervaring en die lijkt je gewoon te overkomen. We hebben nauwelijks empirische, persoonlijke kennis over zoiets essentieels. Dat vind ik heel jammer. Op al die niveaus wil ik wat meer zichtbaarheid creëren.
In je artikel vermeld je dat Adele aan haar moeder schrijft: "Ik moet echter goed nadenken, want ik ben bijna alles al vergeten." Dat weerklinkt in wat je zegt: alsof er weinig ruimte mag zijn voor de herinnering aan de pijn en het emotionele van een bevalling.
Ja, dat is pijnlijk, want het is niet zo dat we die ervaring werkelijk vergeten. Maar het wordt maatschappelijk een beetje verwacht dat we ze minimaliseren. Ook heel de politieke dimensie, hoe onze geboortezorg georganiseerd is, laat echt te wensen over op dit moment.
Je vertelde dat je in het archief van het Letterenhuis bent gedoken voor je artikel. Hoe ben je bij de brief van Adele aan haar moeder terechtgekomen?
Het werd me aangereikt op basis van mijn interesses. Het was een heel recente toevoeging aan het archief (het archief van Jan Maniewski, de kleinzoon van Willem Elsschot, n.v.d.r.), waarmee nog nooit iets was gedaan – het is zelfs nog niet getranscribeerd. Als archiefstuk was het dus bijzonder 'vers', wat het extra speciaal maakte.
Ik ben nog op zoek gegaan naar andere archiefstukken, maar deze brief was zo sprekend en zo krachtig dat al snel duidelijk werd: dit wordt het.
Het is een mooie brief, heel open en eerlijk.
Ja, het is heel echt!
Hoe was de ervaring om met het archiefmateriaal te werken?
Dat was geen onbekend terrein voor mij — eerder een trip down memory lane als historica. Het was wel lang geleden dat ik nog in een archief zat, en ik genoot oprecht van de sensoriële ervaring: door die gangen wandelen, de geur opsnuiven, in de stille leeskamer zitten met een potlood.
De uitgebreide rondleiding die ik kreeg, hielp me ook om de context beter te begrijpen: waar komt dit vandaan, hoe situeren die velletjes van Adele zich in het grotere geheel? Zien hoe uitzonderlijk het materiaal was waarmee ik mocht werken, maakte de ervaring des te waardevoller.
Het blijft bijzonder om een archiefstuk vast te houden — alsof je iets kwetsbaars moet beschermen.
Inderdaad. Het archief creëert een zekere afstand, maar op het moment dat je de documenten in handen hebt, ben je soms verbaasd dat je ze zomaar mag vasthouden en doorbladeren. Ik heb al wat ervaring, maar toch denk je altijd: "Moet ik geen handschoenen aandoen?" Maar nee, het moet kunnen leven en een tastbare link vormen met het heden. Waarom heb je anders een archief?
In het geval van deze brief vroeg ik me ook af: Adele kan geen toestemming geven, en het is zo'n lijfelijke, echte brief aan haar moeder. De ethische vraag 'mag ik dit schrijven?' speelde zeker mee. Wat zou zij ervan gedacht hebben? Die vraag kan ik niet beantwoorden, maar ze blijft me bezighouden bij dit soort reconstructies.
Je bent er naar mijn aanvoelen heel respectvol mee omgesprongen.
Waren er nog andere archiefstukken buiten deze brief die jou zijn bijgebleven uit het archief?
Ik heb nog heel wat ander materiaal uit dat recent verworven archief doorploegd. Er was een vervolgbrief waarin Adele aan haar moeder klaagt dat ze blijft bloeden en niet goed weet wat ze ermee moet aanvangen. Moet ze het vanbinnen spoelen? Dat is mooi! Het getuigt van de intieme band tussen hen, de vrouwelijke steun en de overlevering die daarin vervat zit. Daarnaast waren er prachtige brieven van haar zus — zo zusterlijk en ongegeneerd. Ik heb me er soms echt ziek om gelachen. Geen blad voor de mond: "Ik zie u al waggelen met uw bierbuikske vol trots." En dan waren er ook brieven van vrienden van de familie die haar feliciteerden, maar haar ook aanmaanden om eens van zich te laten horen omdat de familie ongerust was. Eerlijk gezegd had ik daarbij een defensieve reflex richting Adele: laat haar eens met rust, ze bepaalt dat zelf wel (lacht).
Al dat materiaal hielp me om een context rond Adele te vormen en me haar leven voor te stellen. Ze woonde nabij Gdansk – hoe kom je daar terecht, welk leven bouw je daar op, terwijl je duidelijk een hecht weefsel van familie en vrienden hebt achtergelaten? Dat maakt haar bevallingservaring in zekere zin nog een beetje droeviger. Op een gegeven moment schrijft ze, wanneer een zus aan de beurt is om te bevallen: "Ik ben erbij, ik wijk niet van haar zijde." Ze weet hoe anders een bevalling kan verlopen als je er niet alleen voorstaat — maar voor haarzelf was die steun er niet, omdat ze alleen was.
Het lijkt alsof je door het archief een persoonlijke band met Adele hebt gekregen.
Je moet je een beetje kunnen inleven in een persoon, en tegelijk de nodige afstand bewaren. Maar dat inleven is nodig om je een voorstelling te kunnen maken van de context en leefwereld.
Tot slot: wat hoop je dat lezers meenemen uit jouw stuk?
De nodige aandacht schenken aan de bevallingservaring en de beleving van een zwangere. De gezondheid van moeder en kind staat uiteraard voorop, maar het gaat veel breder dan dat. Als we het reproductieve opnieuw naar waarde kunnen schatten in al die geleefde ervaringen, dan kan dat heel waardevol zijn.

Uit het archief van Jan Maniewski
Brief van Adèle de Ridder aan haar moeder Fine van Schuerwegen, geschreven in 1933. Paspoort van Adèle de Ridder, gezinsfoto’s van Adèle en Bennek Maniewski, telegram over de geboorte van zoon Jan Maniewski. De archiefstukken behoren tot het archief van Jan Maniewski.
Uit het artikel in Zuurvrij 50
Dat in een literair archief weeën opduiken, echte baringspijnen, en niet de figuurlijke die met de geboorte van een creatief werk gepaard gaan, is uitzonderlijk. Wat de brief bijzonder maakt, is wat Adeles lichaam hier doet: spreken. In een literair archief verschijnt plots een stem die doorgaans ontbreekt, namelijk die van het barende lijf zelf. Dat net deze stem bewaard bleef, heeft echter minder met de inhoud van de brief te maken dan met toeval […].
Biografie
Maud Vanwalleghem is schrijver, freelance politiek adviseur en voormalig senator. Haar column verschijnt tweewekelijks in De Standaard. Daarnaast adviseert ze middenveldorganisaties over het vergroten van hun politieke impact. Ze studeerde Geschiedenis aan de Universiteit Gent en Arabische studies in Madrid. Ze werkte in de ngo-wereld, het Europees Parlement en was directeur van de Liga voor Mensenrechten.

