Het is iets om heel nederig van te worden: als je door die kelders loopt en dat hele archief ziet, besef je hoe klein je bent in vergelijking met wat er al is geweest en wat er nog zal komen, en dat je daar zelf maar een kleine schakel in bent.
Kan je even in je eigen woorden omschrijven welke rol jij opneemt in het dorp dat Dalilla gecreëerd heeft?
Wat ik doe, is kijken naar de rol van burgemeester, de persoon die gekozen wordt door het dorp of de stad om de verantwoordelijkheid op te nemen en alles in goede banen te leiden.
In mijn bijdrage sta ik stil bij wat de rol van burgemeester is – en hoe die naar mijn mening best ingevuld wordt – en welke impact een burgemeester heeft op een dorp- of stadgenoot.
Was het een rol waarin je je makkelijk kon vinden?
Ja, hoor. Ik heb zelf natuurlijk wat politieke ervaring, ik was van 2014 tot 2024 volksvertegenwoordiger en zetelde 5 jaar in de gemeenteraad. En burgemeester zijn, of een mandaat mogen opnemen in de stad, heeft altijd tot mijn verbeelding gesproken. Het is iets waarvan ik in een vorig leven heb gedroomd, en waarvan ik in een toekomstig leven misschien nog zal blijven dromen.
Is er een bepaalde stem die je vanuit je rol als burgemeester wilde laten doorklinken en hoe vertaalt die zich naar de politiek vandaag, of de situatie in een stad of dorp vandaag?
Er zijn een aantal mensen die mij altijd hebben geïnspireerd, die mij zowel inhoudelijk als gevoelsmatig hebben doen aanvoelen wat een goede burgemeester is. Het verhaal begint voor mij in 2006, in mijn eigen buurt, tijdens de tweestrijd tussen Patrick Janssens en Filip De Winter. Dat was emotioneel een heel belangrijk moment, want het was een verkiezing waar ik, als zoon van een arbeidsmigrant en iemand met migratieroots, echt skin in the game had. En het was ook de eerste keer dat ik zelf mocht stemmen.
Later zijn daar andere voorbeelden bij gekomen, zoals Eberhard Van der Laan in Amsterdam, Ekrem İmamoğlu in Istanbul en Zohran Mamdani in New York. In het stuk in Zuurvrij leg ik uit op welke manier deze burgemeesters mij richting hebben gegeven.
Vanuit die voorbeelden kijk ik ook naar Antwerpen. Dat is de stad die ik ken, en voor mij is dat een soort laboratorium. Hoe wij hier met elkaar omgaan, hoe wij aan politiek doen en elkaar zien, heeft een impact, niet alleen op de stad zelf, maar ook op de bredere samenleving en op toekomstige generaties.
Is dat de boodschap die je wil meegeven? Dat het belangrijk is hoe een politieker of burgemeester spreekt over en naar het volk toe, en dat dat aspect mee de samenleving schept?
Ja, onder andere. Ik denk dat een succesvolle stad twee dingen nodig heeft: een goede burgemeester en betrokken burgers. In het M HKA (Museum van Hedendaagse Kunst in Antwerpen, n.v.d.r.) staat een kunstwerk met de toepasselijke boodschap Zij die hier zijn, zijn van hier. Zo denk ik er ook over: van wie is de stadsgemeenschap, voor wie is de stad? De mensen die er wonen. En een burgemeester en de taal die politici hanteren, bepalen voor een groot stuk hoe mensen naar elkaar kijken, hoe mensen elkaar behandelen en welke sfeer een stad ademt. Als betrokken burger kun je ertegenin gaan als dat negatief is, of je kunt het versterken als het positief is, maar in een ideaal scenario zorgen beide samen voor een rustig ademende stad waarin veel kan gebeuren.
Een synergie dus.
Ja klopt, en de burgemeester speelt daar een heel belangrijke rol in.
Even een heel andere vraag. Je bent aan de slag gegaan met archiefmateriaal van het Letterenhuis. Hoe heb je dat ervaren?
Het was heel leuk om te doen. Ik ben geen historicus van opleiding, dus voor mij was het de eerste keer en ik vond het geweldig. Het is iets om heel nederig van te worden: als je door die kelders loopt en dat hele archief ziet, besef je hoe klein je bent in vergelijking met wat er al is geweest en wat er nog zal komen, en dat je daar zelf maar een kleine schakel in bent.
Ik vond het ook fijn om te merken hoe bepaalde teksten hun waarde behouden. Zo heb ik een speech uit 1977 of ’78 van Mathilde Schroyens – de eerste vrouwelijke burgemeester van Antwerpen – gelezen, die vijftig jaar later nog altijd raak is en verrassend actueel aanvoelt.
Op welke manier ben je met het materiaal aan de slag gegaan?
De mensen van het Letterenhuis hebben mij heel goed op weg geholpen en mij stukken aangereikt, onder andere van Julius De Geyter, die zeer relevant waren. Daarnaast ben ik ook zelf op zoek gegaan, bijvoorbeeld naar dat archief van Mathilde Schroyens. Het was verrijkend om daarin te duiken.
Ik ben vertrokken van wat het voor mij betekent om burgemeester te zijn en dat heb ik herkend in de teksten uit het archief: hoe de rol van burgemeester mensen blijft aanspreken en tot de verbeelding spreekt, iets wat ik zelf ook al had ervaren.
Was je naar iets specifieks op zoek?
Ja en nee. Ik had natuurlijk een idee van wat ik wilde schrijven. Daarna kreeg ik te horen wat er allemaal voorhanden was en ben ik daarin gaan zoeken naar de synergie.
Het was ook grappig: het stuk van Julius de Geyter dateerde uit 1884 in Antwerpen, exact honderd jaar voordat ik in deze stad geboren ben. Dat vond ik een heel mooie persoonlijke synergie. Voor mij klopte het alleszins allemaal.
En dan kom je uit bij de speech van Mathilde Schroyens ...
Ja, dat paste perfect!
Denk je dat je in de toekomst nog eens in het archief gaat duiken?
Ja, zeker! Ik ben grote fan van de podcast Ouder, waarin Raf Njotea op zoek gaat naar de geschiedenis van zijn vader en heel wat archieven doorspit. Die podcast heeft me doen realiseren dat er nog heel wat persoonlijke verhalen te vertellen zijn, onder meer van mijn ouders die hier als eerste generatie zijn toegekomen. Ik speel met het idee om ooit een boek te schrijven dat een beetje aan microgeschiedenis doet en mijn vrouw zegt de hele tijd: “Je moet echt eens in archieven gaan duiken”. In die zin heeft het archief van het Letterenhuis me wel getriggerd om daar meer mee te doen.
Fijn dat we het vlammetje hebben kunnen aanwakkeren!
Het gaat verder dan dat! Ik ga even een anekdote vertellen … Vanmorgen kwam ik mijn buurman tegen in de supermarkt. Hij is een zeer groot operafan en zingt in een koor, en hij is momenteel bezig met een groot historisch samenraapsel van alles wat met koren en opera in Antwerpen te maken heeft. Hij vertelde me dat hij onlangs met veel enthousiasme in de archieven van het Letterenhuis heeft zitten snuisteren. En we waren het erover eens dat we best trots mogen zijn als Antwerpenaar dat het Letterenhuis zich in onze stad bevindt. Het is een supermooi gebouw, keeper of history, pal in het centrum. Het geeft een gevoel van voldoening, en geruststelling ook, dat het archief er is om alles bij te houden.
Veel mensen kennen het Letterenhuis niet, of niet goed. Daarom vinden wij het des te waardevoller als een bezoek een positieve indruk nalaat. Of als het leidt tot spontane gesprekken met een buurman.
Ja, dat was grappig. (lacht) Een bezoek aan het Letterenhuis zorgt voor gesprekstof.
Wil je nog iets kwijt over je bijdrage?
Wat ik mooi vond aan het traject … Elke generatie gaat op zoek naar houvast, naar troost als het wat moeilijk gaat. Het is bijzonder om te beseffen dat je die terugvindt bij vorige generaties, op plekken zoals het Letterenhuis, waar hun woorden zorgvuldig worden bewaard. Voor mij persoonlijk was het erg waardevol om in geschriften van 50 tot 140 jaar oud houvast te vinden voor mijn visie op het burgemeesterschap.

Uit het archief van burgemeester Mathilde Schroyens
Hier komt een toelichting over de archiefstukken (Yara en Peter).
Uit het artikel in Zuurvrij 50
Een stad wordt gemaakt door de burgers die er wonen. Hun betrokkenheid bepaalt voor een groot deel hoe sterk die stad is. Hoe groter de betrokkenheid, hoe sterker het weefsel. Het zou niet alleen de uitkomst van menswetenschappelijke studies kunnen zijn of de slagzin van een bevlogen politicus, het is ook een les die de geschiedenis ons elke keer opnieuw probeert te leren.
Biografie
Imade Annouri is Antwerpenaar, voormalig Vlaams Parlementslid voor Groen en werkt rond thema’s als diversiteit, stedelijkheid, onderwijs en democratische betrokkenheid. Van 2014 tot 2024 zetelde hij in het Vlaams Parlement. Vandaag blijft hij actief als publieke stem in debatten over burgerschap, samenleving en de stad.

