Eigenlijk is dat ook hoe ik werk met cliënten. [...] We duiken als het ware in hun eigen archief, in hun geschiedenis, om te begrijpen wie ze zijn en hoe de problemen waar ze nu tegenaan lopen zijn ontstaan. Daarom vond ik het fijn om in dit archief te duiken: om iemand echt te leren kennen. Het voelde heel persoonlijk om uitgenodigd te worden in iemands interne én externe wereld en van daaruit inspiratie op te doen.
Kan je in je eigen woorden even je rol in het dorp-concept van Dalilla uitleggen?
Eerst en vooral vind ik het zalig dat er vertrokken wordt vanuit het dorpsconcept en het gezegde It takes a village to raise a child. Ik geloof daar volledig in: we hebben het collectieve nodig.
Mijn rol in het dorp is die van de dokter. Dat was in het begin even zoeken, omdat ik clinicus ben en dus eerder psychisch gericht dan medisch. Ik heb gezocht naar de raakvlakken tussen een dokter en een clinicus, en dat zijn er veel, alleen liggen de accenten anders.
Mijn rol is vooral zorgend, maar ook kritisch, sturend en bevragend, en tegelijk warm en toegankelijk. Ik zag mezelf als een tussenpersoon tussen maatschappij en individu, een soort bruggenbouwer of lijmer die dorpelingen uitnodigt om kritisch na te denken, maar zich ook gedragen te voelen. Vanuit mijn klinische blik wilde ik dat zorgende vasthouden, met ruimte om kritisch te blijven: je moet niet zomaar alles wat de dokter voorschrijft als de waarheid aannemen.
Dus je bent niet zozeer vanuit het medische aspect vertrokken, maar eerder vanuit de rol die een dokter heeft in een maatschappij – of de bredere functie van de dokter: luisteren en in gesprek gaan met de patiënt?
Ja, ook daar was een raakpunt met de psycholoog. Als psycholoog starten we bij een diagnose, waarbij we kennismaken met de persoon die voor ons staat, kijken naar de context en samen nagaan wat de knelpunten zijn, maar ook de krachten. Het gaat niet enkel om focussen op wat niet goed gaat, maar op wat wel goed gaat.
Ik ben dus vertrokken vanuit een diagnostische bril, waarbij ik degene die voor mij staat wil leren kennen door informatie te verzamelen en diepgaand te bekijken: wat zijn de sterktes van die persoon, wat zijn de uitdagingen en wat is daar dan een mogelijke oplossing voor.
Je bent voor het schrijven van jouw stuk in het archief van het Letterenhuis gedoken, of je hebt archiefstukken aangereikt gekregen. Hoe was het om met archiemateriaal te werken?
Ik vond het in het begin best spannend, omdat ik regelmatig schrijf, maar daarin vooral mijn eigen flow volg. Ik vroeg me af of we iets zouden vinden dat een raakvlak had met wat ik wilde schrijven en waar jullie en Dalilla zich in konden vinden, de sweet spot.
Uiteindelijk was het een verrijking en een privilege om te mogen duiken in de geschiedenis, in iemands leven, nalatenschap en werk, en om van daaruit iets uit het verleden mee te nemen naar het heden.
Eigenlijk is dat ook hoe ik werk met cliënten. Zij komen vaak met een bepaalde klacht of een symptoom dat ze willen verminderen, maar gaandeweg komen er veel onderliggende zaken naar boven. We duiken als het ware in hun eigen archief, in hun geschiedenis, om te begrijpen wie ze zijn en hoe de problemen waar ze nu tegenaan lopen zijn ontstaan. Daarom vond ik het fijn om in dit archief te duiken: om iemand echt te leren kennen. Het voelde heel persoonlijk om uitgenodigd te worden in iemands interne én externe wereld en van daaruit inspiratie op te doen.
Ook fysiek aanwezig zijn in het archief vond ik heel fijn. Omdat ik in Leuven woon, zei ik in het begin nog: “Stuur maar dingen online, dat is voor mij gemakkelijker.” Maar daarop reageerden jullie: “Kom toch eens langs.” En ik ben heel blij dat ik dat gedaan heb, om te kunnen voelen, aanraken en aanwezig te zijn. Dan kan je die embodiment helemaal omarmen en in je opnemen. Dat was heel waardevol.
In het begin was ik dus wat zoekend en een beetje angstig, maar achteraf dacht ik: ‘Ik zou het zo opnieuw doen.’ Ik vond het echt tof! (lacht)
Het is inderdaad heel anders om een archiefstuk vast te houden en te voelen wat het met je doet dan het op een scherm te zien.
Je bent aan de slag gegaan met het archief van Tone Brulin en de stukken rond ‘Ba Anansi’. Is er een bepaald stuk dat je is bijgebleven?
Niet zozeer één specifiek stuk is me bijgebleven, maar vooral het geheel van zijn werk. Ik was aangenaam verrast door hoe kritisch hij dacht in zijn tijd, en vond het verfrissend en fijn om te ontdekken dat er toen al mensen waren die zich zo sterk bezighielden met maatschappelijke kwesties.
Omdat ik zelf op een creatieve manier zulke thema’s aanraak, vond ik het bijzonder om te zien hoe hij creativiteit inzette via theater, muziek en spoken word. Wanneer we denken aan verzet of opkomen voor rechtvaardigheid, denken we vaak aan protest in de frontlinie. Wat mij hier vooral bijbleef, is hoe krachtig zijn aanpak was: niet alleen protest en verzet, maar ook verbinding. Hij wist het menselijke aspect goed te bewaren en bracht verschillende culturen samen.
Ik heb ook de krantenartikels gelezen met de reacties na hun eerste optreden in Antwerpen. Dan besef je dat je een dikke huid moet hebben om dat te verwerken en toch door te blijven gaan. Er zat veel kracht in die man – een ware out-of-the-box denker.
Heb je de stukken vooral als inspiratiebron gebruikt of ook de inhoudelijke elementen proberen te verwerken in wat je wilde vertellen?
Allebei. Je zal bij het lezen van mijn bijdrage merken dat ik ook inhoudelijk ben gaan zoeken naar wie Tone Brulin was. Het was bijzonder om te ontdekken dat hij een van de eersten was die theater op een andere manier benaderde en verschillende culturen samenbracht. Tegelijk blijft hij een kind van zijn tijd, waardoor ik nieuwsgierig was naar waar zijn manier van denken vandaan kwam.
Daarom ben ik echt in de inhoud gedoken: welke stukken heeft hij geschreven, waren die allemaal activistisch? Ik heb onderzocht wat hij effectief gemaakt heeft, welke theaterstukken er waren, maar ook of er een rode draad in zat.
Voor mij was het archief dus tegelijk een inspiratiebron én een diepgaande inhoudelijke zoektocht naar wat precies Brulins boodschap was.
Is er een boodschap die jij wil meegeven aan de lezers van jouw stuk?
Dat is een goede vraag. Ik denk dat ik – vanuit wat ik geleerd heb van Tone Brulin en in combinatie met mijn eigen ideeën – vooral wil meegeven: zoek jouw eigen manier om bij te dragen aan maatschappelijke kwesties. Het hoeft niet altijd te zijn zoals we op tv zien. Je kan bijdragen door verbinding te maken met anderen en dat kan op heel verschillende manieren: via muziek, dans, geschreven tekst of theater. Kunst is een belangrijk onderdeel van ons mens-zijn.
Ik zou het enorm appreciëren als we kunst, cultuur en zorg meer samenbrengen, in plaats van ze als losse entiteiten te zien. Ik geloof dat iedereen een unieke manier heeft om iets bij te dragen. Verzet kan vele vormen aannemen. Soms kan het zelfs zijn dat je ervoor kiest om net niets te produceren, het hoeft niet altijd politiek getint te zijn. Een belangrijke vorm voor mij, om onze maatschappij levendig te houden, is culture and care.
Waarmee je bedoelt dat kunst en zorg meer naar elkaar toe moeten groeien? Op therapeutisch vlak, of ook preventief?
Bij voorkeur preventief, maar dat is een ideale wereld. Het is ook oké om op het moment zelf zaken te zoeken die helpen of ondersteunend kunnen zijn. Het individuele en het collectieve complementeren elkaar heel mooi.
Dat is een mooie gedachte die je wil meegeven. Hopelijk zet ze mensen aan het denken en gaan ze ermee aan de slag.
Wil je graag nog iets toevoegen over je bijdrage?
Ik kijk er heel erg naaruit om de andere dorpsverhalen te lezen, ik vind het best spannend!
Het was een eer om hieraan deel te nemen en het heeft me ook op persoonlijk vlak vooruit geholpen. Ik heb ontdekt dat schrijven een middel is om mezelf te uiten. Ik schrijf veel, maar bewaar dat doorgaans voor mezelf. Dit project was een uitnodiging om iets te delen met een breed publiek en de ervaring heeft me gemotiveerd om te blijven schrijven. Een extra duwtje om het niet los te laten …
Zoals ik eerder al aangaf over het concept It takes a village to raise a child: ik geloof sterk in het collectieve. Ik wil afstappen van de gedachte dat problemen bij het individu liggen. Ik nodig het brede publiek graag uit om te bevragen waarom mensen reageren zoals ze reageren, waarom psychische klachten, zeker de afgelopen decennia, steeds meer naar de oppervlakte komen. In plaats van enkel te focussen op het individu, is het belangrijk om te kijken naar de systemen en contexten waarin we leven. Dat inzicht komt vanuit mijn werk met cliënten. Het raakt me dat zij zichzelf als het probleem beschouwen, terwijl ik als therapeut het gevoel heb met de kranen open te dweilen: ze komen naar de therapie en verrichten hun zelfwerk, maar keren terug naar een context die onveranderd blijft. Ze mogen weten dat hun lichaam en geest op een gezonde en intelligente manier reageert, en dat het niet louter hun eigen stukje is waaraan gewerkt moet worden, maar dat het in een bredere context moet worden gezien. Er is niks mis met ons! (lacht) De maatschappij moet veranderen, niet wij als individu.

Uit het archief van Tone Brulin
Scripts en repetitiefoto’s van het toneelstuk Ba Anansi, opgevoerd door het theatergezelschap Tie Drie. Afkomstig uit het archief van Tone Brulin.
Uit het artikel in Zuurvrij 50
De figuur van Anansi, een slimme, sluwe spin, belichaamt een complexe vorm van verzet. Hij is trickster, overlever, ontregelaar. Hij ontmaskert machthebbers en keert bestaande hiërarchieën om, niet door kracht, maar door list, humor en taal. In een droom wordt hij geconfronteerd met krachten die hem willen vangen: de dokter (wetenschap), de pastoor (religie) en Tigri (macht). Deze figuren zijn niet louter personages, maar symbolen van systemen die controle uitoefenen, die bepalen wat waar is, wat juist is, wat mag bestaan.
Biografie
Brenda Anyango is klinisch psychologe, gedragstherapeute en oprichter van SemaNami (‘praat met mij’ in het Swahili), waar ze werkt rond mentale gezondheid en sociale rechtvaardigheid. Als Zwarte psychologe begeleidt ze vooral systemisch gemarginaliseerde mensen via een contextuele, creatieve en cultureel bewuste aanpak, onder meer via haar initiatief Healing Movements . Daarnaast is ze spreker, workshopbegeleider en deelnemer aan het VRT-programma Therapie.

