Overslaan en naar de inhoud gaan

Abbie Boutkabout

Gastauteur 'Zuurvrij 50'

Zuurvrij viert haar vijftigste nummer met een editie rond 'het dorp’, samengesteld door gastredacteur Dalilla Hermans. Voor dat dorp nodigde zij verschillende gastauteurs uit, elk met een eigen rol. Abbie Boutkabout kreeg die van verteller: iemand die verhalen bewaart, analyseert en doorgeeft, als een levend geheugen van het dorp. In het archief van het Letterenhuis ging ze op zoek naar sporen van Geert van Istendael en Ket, vertrekkend vanuit vragen rond herinnering, beeldvorming en de stemmen die we wel of niet laten spreken.

Ik kreeg ooit een rondleiding in het depot van het Letterenhuis en ik was echt gefascineerd door alles wat je op het eerste zicht niet ziet als je het gebouw binnengaat. Al die woorden, al die briefwisseling tussen verschillende mensen, de denkprocessen die schrijvers maken … Ik vond het heel interessant om daar eventjes naar te mogen gluren.  

Kan je in je eigen woorden omschrijven welke rol je opneemt in het dorp-concept dat Dalilla gecreëerd heeft voor Zuurvrij 50? 

Het is een beetje een abstracte rol, namelijk de verteller van het dorp. We dachten eerst dat het interessant zou zijn dat ik een troubadour was, maar ik denk dat verteller van het dorp er meer bij past en dat je dat op verschillende manieren kan invullen. Een verteller is iemand die verhalen vertelt, die misschien ook archiveert, of het archief en die verhalen analyseert, daar conclusies uit trekt en samenvattingen maakt. Een soort geheugen van het dorp, iemand die het verhaal van een dorp doorgeeft aan anderen. 

Dat sluit mooi aan bij het archiefverhaal van het Letterenhuis. Was het een rol waarin je je makkelijk kon vinden?

Ik heb daar toch even naar moeten zoeken. Ik ben zelf scenarist, dus ik ben al een verteller, maar ik wilde wel uitzoeken hoe ik naar mezelf als verteller kijk. Heb ik de waarheid in pacht of niet? Uiteraard niet. Ik ben ook niet objectief, ik ben subjectief. Elke verteller is subjectief. En ik ben ik altijd een verteller geweest, in verschillende vormen.

Fijn dat de rol die Dalilla voor jou koos, aansluit bij je persoonlijkheid en wie je bent in het dagelijks leven.
Je bent een bekende in het Letterenhuis, want je hebt in onze schrijfkamer (nu Seizoensatelier, n.v.d.r.) geresideerd. 

Klopt! Ik kreeg ooit een rondleiding in het depot van het Letterenhuis en ik was gefascineerd door alles wat je op het eerste zicht niet ziet als je het gebouw binnengaat. Al die woorden, al die briefwisseling tussen verschillende mensen, de denkprocessen die schrijvers maken … Ik vond het heel interessant om daar eventjes naar te mogen gluren.

Daarna zag ik dat de oproep om de schrijfkamer te betrekken, was verlengd. Ik liep op dat moment al even rond met een idee voor een boek en besloot het erop te wagen. Tot mijn vreugde werd mijn project gekozen en mocht ik daar enkele maanden gaan schrijven aan de eerste versie van mijn boek, een roman.

Had je dan al eerder met archiefmateriaal gewerkt? En hoe was de ervaring om dat te doen voor dit nummer? 

Ik had nog niet gewerkt met het archiefmateriaal van het Letterenhuis. Ik heb wel ooit een experiment gedaan met twee vriendinnen waarin we archiefmateriaal gebruikten om één aflevering van een podcast te maken. Hoe dan ook is archief en herinneren, en wat we doorgeven en bijhouden, iets waarin ik ben geïnteresseerd. Dat zit ook in het werk dat ik aan het schrijven ben. En daarom voelde het wel als een natuurlijke route voor mij om het archief mee op te nemen in deze rol. 

Het was ook heel fijn, vanaf het moment dat ik gevraagd werd als gastauteur, dat ik zelf een paar suggesties kon doen over wat ik interessant vond en hoe ik het wou invullen. Yara en Peter (medewerkers van het Letterenhuis en redactie van Zuurvrij 50, n.v.d.r.) gingen dan op zoek in het archief, dat zij op hun duimpje kennen waarschijnlijk, om materiaal te gaan halen waar ik in kon kijken om te zien op welke manier ik de tekst kon voeden. Dat vond ik superinteressant. 

Je hebt je gebaseerd op het archief van Geert van Istendael, meer bepaald op Ket. Hoe ben je met dat archiefmateriaal aan de slag gegaan? 

Ik ben geen academicus, ik ben vooral op mijn gevoel afgegaan. En het is eigenlijk heel grappig dat net dat materiaal naar boven werd gehaald, want de inwoners van een stad vind ik een heel interessant onderwerp. Ik heb zelf een reeks geschreven over de inwoners van Borgerhout, dus ik voelde direct aansluiting met het materiaal van Ket.  

Ik heb het materiaal gebruikt als een vertrekpunt. Ik ben gaan kijken naar wat dat materiaal met mij deed, en naar de beeldvorming errond. Ik ben daar sowieso veel mee bezig: hoe wordt iets naar voren geschoven, hoe wordt iemand voorgesteld, hoe kijken we naar mensen en hoe luisteren we naar hen? Ik schrijf scenario’s, dus ik schrijf personages en ik breng mensen in beeld. Op papier dan toch, de regisseur gaat er natuurlijk verder mee aan de slag.  

Het was een interessante aansluiting. Niet alleen om de tekst van Ket kritisch te bekijken, maar ook mijn eigen werk. En om toe te geven dat ik zelf ook iemand ben die keuzes maakt en dus zeker niet objectief te werk ga. 

Hoe was het om vanuit archiefmateriaal te starten? 

In het begin is het wel even zoeken, want je krijgt veel informatie te verwerken en ik ben geen lineair denker die van het begin begint, heel breed, en dan naar de kern toewerkt. Ik heb ook geen analytische lezing gemaakt.  

Ik moest dus eerst een houvast vinden, een aanknopingspunt. Van daaruit kon ik verder springen naar andere punten. Dat maakt natuurlijk dat de allereerste versie van de tekst een soort amalgaam was van bevindingen en daar moest ik dan nog een coherente tekst van maken.  

Ik vind het heel fijn om met archiefmateriaal te werken. In mijn fictiewerk geef ik mezelf wat dichterlijke vrijheid om daarmee aan de slag te gaan, maar voor deze opdracht moest ik wel opletten dat ik meer bij de feiten van het materiaal bleef.  

Welke stem probeer je te laten horen vanuit jouw dorpsrol – en waarom is die vandaag relevant? 

Wat ik heb proberen te doen in de tekst, is duidelijk maken waarom we moeten luisteren naar het kind. Je kent het gezegde It takes a village to raise a child wel. Zo denk ik er zelf ook over als moeder. Maar wie voedt het dorp eigenlijk op? En wat leert het dorp het kind dan? En misschien heeft het kind ook wel iets te zeggen en kunnen wij leren van het kind.  

Bekijk het kind als een metafoor voor verschillende soorten mensen, met uiteenlopende achtergronden, leeftijden en genders. En laten we daarnaar luisteren om onze samenleving vorm te geven in plaats van te zeggen, dit is hoe een samenleving er hoort uit te zien. Ja, dat is denk ik wat ik probeerde te doen met de tekst.

Dat vat je mooi samen in de laatste zin van jouw tekst: “Het dorp voedt het kind op, maar zonder dat het kind terugspreekt, leert het dorp niets bij.” Die zin blijft echt hangen.

Fijn!

Wil je zelf nog iets toevoegen over je bijdrage aan Zuurvrij 50?

Toen ik de mail van Dalilla kreeg, heb ik gezegd: “Ik heb al zo lang geen essay meer geschreven, ik weet niet of ik het nog zou kunnen.” Maar het was heel fijn om erin te duiken, ik heb mooie begeleiding gekregen. Ik vind archivarissen trouwens de coolste mensen die er bestaan (lacht)!  

Ik zal het meedelen aan de collega’s, ze zullen het heel graag horen!

Uit het archief van Geert van Istendael

Typoscripten en notitieboekjes uit het archief van Geert van Istendael en Greet Vissers over de opera Ket.

 

Uit het artikel in Zuurvrij 50

Een verhaal is dan ook nooit neutraal. Schrijven is kiezen. Elke keuze – wie vertelt, wie zwijgt, wat getoond wordt – heeft gevolgen. Er gaat altijd iets verloren: een ander perspectief, een andere waarheid. Ik stel mezelf daarom niet de vraag óf mijn keuzes een prijs hebben, maar of ik bereid ben die prijs te erkennen en te betalen. Dat vereist zelfreflectie en de bereidheid om mijn eigen blinde vlekken onder ogen te zien, ook als dat ongemakkelijk is. Want alleen wie bewust keuzes maakt, kan er ook verantwoordelijkheid voor nemen. 

Biografie 

Abbie Boutkabout is schrijver en scenarist. In haar werk vertrekt ze vanuit haar interesse in identiteit, verbinding en herinneringen.  

Ze heeft een achtergrond in video, journalistiek en de culturele sector en maakte deel uit van het satirische videocollectief De Fatima’s, waarmee ze stereotypen over vrouwen van kleur op een humoristische en kritische manier bevroeg. Ze presenteerde ook de podcast This Is What I Read

Meld je aan voor de nieuwsbrief