Rock-‘n-roll literatuur
Berckmans was even bezeten van jazz en rockmuziek als van Samuel Beckett, Jan Arends, Dostojevski of Kafka. Zijn bij uitgeverij Soethoudt uitgegeven romandebuut Geschiedenis van de revolutie (1977) is doordrongen van muziek. Niet alleen bevat die een ‘definitieve top twintig aller tijden’, ook blikt de verteller/hoofdpersoon met weemoed terug op zijn begeleidingsband Bloody Big Beast & the Butcher Rockband. Het baldadige Geschiedenis van de revolutie was een van de eerste rock-’n-rollromans in de Vlaamse literatuur. Ook zette het boek technieken van de avant-garde in, zoals een verbrokkelde, caleidoscopische compositie – waaraan Berckmans’ voorbeeld, de experimentele roman Beautiful Losers van Leonard Cohen uit 1966, niet vreemd was. Tijdens het schrijfproces belandde de auteur overigens een aantal maanden in de psychiatrie.
In een tijd waarin het werk van vlotte romanschrijvers als Jos Vandeloo en Clem Schouwenaars uiterst populair was, bleef Berckmans’ gewaagde debuut onopgemerkt. Toen ook zijn in datzelfde jaar uitgegeven, nogal destructieve dichtbundel Tranen voor Coltrane; Fundamenten geen enkele weerklank vond, trok de auteur zich ontgoocheld terug uit de literaire wereld.

Schoenen en jazz
Na een mislukte zelfmoordpoging in maart 1978 leerde Berckmans Lut van Dijck kennen, met wie hij al snel zou huwen. In januari 1981 emigreerde het paar naar het Italiaanse Bari waar Berckmans een succesvolle makelaar in goedkope schoenen werd, eerst in dienst van importeur en distributeur Jan Torfs, daarna voor eigen rekening. In die jaren schreef hij slechts sporadisch en raakte hij na een concert van Saxophone Colossus Sonny Rollins geïntrigeerd door jazz. Wel werd hij in 1983 (her)ontdekt door het toen net nieuwe literaire tijdschrift De Brakke Hond, met in de redactie onder meer Berckmans’ toenmalige schoonbroer Frans Roggen. Daarin publiceerde hij vooral proza van voor de Italië-jaren. Nu hij een leven aan de zonnige zijde van het continent had opgebouwd, wilde het schrijven aanvankelijk niet meer vlotten.
In 1985 begon de manische depressie waarmee Berckmans vanaf zijn schooltijd in het Antwerpse Sint-Lievenscollege worstelde opnieuw greep op hem te krijgen. Hij werd wispelturig, begon mateloos te drinken en financiële en andere uitspattingen volgden. Zijn vrouw Lut vereenzaamde in de villa aan de Adriatische kust. Op haar verzoek keerde het echtpaar in december 1986 naar Vlaanderen terug en huurde een villa in Temse aan de Schelde.
‘Herman Schueremans zijn broek aftrekken’
Aanvankelijk was Berckmans allerminst van plan om zich hier geheel aan de literatuur te wijden. In het Berckmans-archief wordt de oprichtingsakte bewaard van de vennootschap ‘First Company bvba’. Berckmans wilde in zijn levensonderhoud voorzien onder meer als uitgever en concertorganisator; ‘Herman Schueremans zijn broek aftrekken’, zoals hij dat omschreef. Tijdens een bezoek van schrijfbroeder Kamiel Vanhole (1954–2008), begin 1987, draaiden ze een lp van de linkse punk-folk groep The Mekons. ‘Die moeten voor mij komen spelen!’, riep Berckmans daarbij uit. Een paar dagen later vlogen de schrijvers naar Londen. Bij Cooking Records contracteerden ze niet alleen The Mekons maar ook de Amerikaanse zangeres Michelle Shocked – toen bekend door haar hit Anchorage – voor haar eerste concert op het Europese vasteland.

Summer in the City
Terug in België verdween een manische Berckmans voor zijn vrouw en vrienden soms tijden van de radar. Hij zwierf dan dagenlang langs achterafzaaltjes en cafés om artiesten voor zijn festival Summer in the city te boeken, waaronder punkdichter Didi de Paris. Op 28 juni 1987 werd hij in het psychiatrisch ziekenhuis Stuivenberg gecolloqueerd, maar wist er met hulp van Lut weg te komen. Hierdoor verloor hij kostbare tijd: op 10 juli zouden The Mekons per boot in Oostende aankomen om op 11 juli Antwerpen in vuur en vlam te zetten.
De affiches die Berckmans op het laatste moment liet maken en door ene ‘Dikke Werner’ zou laten verspreiden, zijn helaas niet bewaard gebleven. Wel is in het Letterenhuis de persmap terug te vinden, uitgegeven door First Company. Daarin wordt Berckmans door Kamiel Vanhole als volgt omschreven:
Jean-Marie Berckmans, Italiaans immigrant, vindt dat de Belgische driekleur grijs zou moeten zijn: muisgrijs, loodgrijs en asgrijs. Schreef in een vorig leven de Geschiedenis van de revolutie en Tranen voor Coltrane. Bereidt verschillende volgende levens voor waarin hij, onder meer, een popgroep zal zijn, schoenen verkopen en romans plegen. En de regeringen het vuur aan de scheen- en aan de schaambenen leggen. Droomt vaak van een vrouw die altijd op blote voeten loopt. Patti Smith of Nazaré Pereira? Verslaafd aan zichzelf, verslaafd aan het leven, gek van louter muziek. Lees hem, hoor hem, voel hem. Kamiel Vanhole Leuven, 12.06.1987.
Berckmans bankroet
Door Berckmans’ ongerichte omzwervingen werd de persmap pas de dag voor het festival afgeleverd bij de BRT, omroep Antwerpen. Op een paar artikeltjes in Gazet van Antwerpen na verscheen er in de media geen letter over Summer in the city. Bovendien had ‘Dikke Werner’ hem laten zitten en was er nergens een affiche van het festival te bespeuren. De avond voor het festival liet Berckmans vijfhonderd witte tickets voor gratis toegang drukken. Voor het transport en de opbouw van de muziekinstallatie schakelde hij in allerijl de ‘mannen van het duivenlokaal’ van Temse in. Het mocht allemaal niet baten. Toen de deuren van zaal Paradox die zaterdag om 16 uur opengingen, daagden er slechts een handvol betalende bezoekers op.
De optredens van Michelle Shocked, The Mekons en de andere groepen waren krachtig. Voor Berckmans was het een nachtmerrie: waarom was niet heel Antwerpen voor zijn indrukwekkende programma komen opdagen? Na de show volgde een fuif die duurde tot het ochtendgloren. Waarna Berckmans verdween. Zelfs zijn bezorgde vrouw wist niet waar hij zich bevond. Toen hij uren later weer thuiskwam, leek alle energie uit hem weggevloeid. Hij was bankroet, had zijn huwelijk voor de tweede maal tot het breekpunt gebracht en was compleet depressief. Festivals zou hij nooit meer organiseren en op enkele kortstondige pogingen na, zou hij nergens nog een baantje houden.

Hoogst persoonlijke taalmuziek
Na enkele maanden van catatonische depressie, stortte Berckmans zich met de moed der wanhoop op dat wat hij tot het bittere eind zou blijven doen: schrijven, waarbij hij het Nederlands tot een hoogst persoonlijke taalmuziek kneedde en schopte in de traditie van Streuvels, Boontje en Michiels. Boeken als Café De Raaf nog steeds gesloten (1990), Het zomert in Barakstad (1993) of Ontbijt in het vilbeluik (1997) zijn cultklassiekers geworden. Schrijven was voor Berckmans een manier om greep te krijgen op het bestaan, een gebed en zijn manier om te zingen. Zingen op het podium zou hij alleen nog maar sporadisch doen: een paar jaar met de Antwerpse rockcabaretgroep Circus Bulderdrang en later als het duo Leipzig 2000 met zijn vriend-notulist (en personage) Geert Breës – de zoon van Toon Breës, biograaf van Stijn Streuvels en verfilmer van Ivo Michiels’ roman Het boek Alfa.
Of er in 1987 aan Berckmans een groot concertorganisator, laat staan muzikant, verloren is gegaan, lijkt twijfelachtig. De Nederlandstalige literatuur won er in elk geval een bijzonder authentieke, hedendaagse schrijver bij.
Chris Ceustermans publiceerde in 2018 bij Uitgeverij Vrijdag de Berckmansbiografie Schrijven in de Grauwzone en de Berckmansbloemlezing Verhalen uit de Grauwzone.