Het Nieuw Wereldtijdschrift kreeg te maken met brieven van talent dat ontdekt hoopte te worden. Bij hoofdredacteur Herman de Coninck leidde dat tot verschillende soorten reacties.
Uitgeverij Manteau en debutanten Jet Falter en Pjeroo Roobjee
Als je al werk gepubliceerd hebt, betekent dat nog niet dat je op je lauweren kan rusten. Afwijzing loert steeds om de hoek. Het overkwam Jet Falter en Pjeroo Roobjee.
Walter van den Broeck publiceerde zijn roman De troonopvolger in eigen beheer. Hij nam het heft in eigen handen nadat eerdere manuscripten werden afgewezen.
Oscar Jespers en Paul van Ostaijens 'Bezette Stad'
Zonder Oscar Jespers was er misschien helemaal geen Bezette Stad geweest. Hij ontwierp de cover, de illustraties en de titelpagina’s, vond een drukker, betrok vrienden waar nodig.
Vliegen vereist een kwetsbaarheid, een knulligheid en de durf om als kersvers vogeljong voor de eerste keer te vallen met het risico om op je bek te gaan.
Over Hubert Lampo's intrede in de Vlaamse Literatuur
Hubert Lampo debuteerde in 1943 met de novelle Don Juan en de laatste nimf (1943). Eens een bekend schrijver deed Lampo zijn debuut af als een ‘probeersel uit de jeugd’.
Hoe kwam Conscience tot de beginzin van DeLeeuw van Vlaenderen? Het archiefmateriaal leert je de auteur kennen als een hard labeurend man die in horten en stoten de juiste toon probeerde te vinden.
Thuis koos ik uit een lade vol onbeschreven schriftjes het meest afgeleefde exemplaar en schreef op de kaft ‘Kinderen van Calais’. Mijn roman lag dan misschien zwart op wit vast, maar aan de ontstaansgeschiedenis kon ik wel nog morrelen.