Opening
Lotte Houwink ten Cate: keynote
Inhoud volgt
Sessie 1: Brieven, gedichten - archief
Roeland Hermans: Moeders over hun ‘plaatsvervangsters’. Brieven uit het archief van Familiehulp
Begin 1957 nodigde Vrouwenbeweging, het maandblad van de Kristelijke Arbeiders Vrouwengilden (KAV), zijn lezeressen uit om hun ervaringen met een familiehelpster te delen. De ingezonden brieven laten toe moeders te horen op het moment dat ze vanwege omstandigheden die rol, naar eigen zeggen, niet ten volle konden waarmaken en een beroep moesten doen op gezinsondersteuning. Al schrijvend gaven de vrouwen een inkijk in hun leef- en denkwereld en onthulden ze hoe ze zich maatschappelijke verwachtingen met betrekking tot vrouwelijkheid en moederschap hadden eigengemaakt.
Roeland Hermans is historicus en werkt als publieksmedewerker voor KADOC-KU Leuven.
Thirza Hakkenberg-Van Engelen: Hoe het archief en gelegenheidsgedichten moeders presenteren
Het onderzoek van Thirza Hakkenberg-van Engelen focust op de invloed van de gezinssituatie van vrouwen op hun schrijverschap in de periode 1600-1750 in de Noordelijke Nederlanden. Hoewel de beeldvorming lange tijd het tegendeel liet zien, wijst haar onderzoek op de grote hoeveelheid van schrijvende, getrouwde vrouwen, ook moeders, in deze periode. Aan de hand van digitaal doorzoekbare archiefstukken kleurt ze de levens van vrouwen in. Daarnaast leest ze veel gelegenheidsgedichten; deze blijken namelijk ook te functioneren als een soort archief én geven op hun eigen wijze een inkijkje in moederschap en familierelaties.
Thirza Hakkenberg-van Engelen is bezig met haar afstudeerscriptie aan de Research Master Nederlandse literatuur en cultuur aan de Universiteit Utrecht. Hierin doet zij onderzoek naar de invloed van de gezinssituatie op het schrijverschap van vrouwen in de Noordelijke Nederlanden tussen 1600-1750.
Christina Lammer: Moederschap – begin en einde van literaire representaties
Lammer zoomt in op de vraag hoe moederschap in literaire archieven ingang vindt. Hiervoor stelt ze ter discussie hoe we moederschap kunnen definiëren. Door moederschap op te delen in verschillende fases wordt de blik verruimd voor literaire representaties die ingang kunnen vinden in het archief.
Dr. Christina Lammer (Nederlandse letterkunde, Universität Duisburg-Essen) is medeoprichter van het internationale en interdisciplinaire netwerk ReCAP [Reproduction: Critical Approaches and Perspectives on Pregnancy, Birth, and (Non)Parenthood].
Johanna Ferket: (On)zichtbaar moederschap in het literaire archief
In het literaire archief van het Letterenhuis zitten heel wat archiefstukken over het moederschap verscholen, die tot hiertoe niet altijd zichtbaar waren en zijn. Keuzes in wat en hoe er beschreven wordt bepalen mee wie en wat zichtbaar is of maken dat sommige verhalen pas jaren later aan de oppervlakte komen. Aan de hand van enkele casussen gaat Ferket in op recent ontdekte getuigenissen over zwangerschap, geboorte, moeder zijn in het Letterenhuis. Welke moeders zitten verscholen in het archief? Hoe komt het dat die in het verleden niet gekend waren?
Johanna Ferket is literatuurhistoricus en in het Letterenhuis verantwoordelijk voor collectievorming en onderzoek.
Sessie 2: Elke aanslag bewaren
Eva Brattinga: Het alledaagse bewaren: de tijd van het moederen in Lenka Claytons 'Mothers’ Days'
Aan het einde van een dag moederen kan het voelen alsof er niets gebeurd is. En toch bestond die dag uit wachten, zorgen, troosten, opruimen, organiseren en opnieuw beginnen. De lezing vertrekt vanuit Mothers' Days, een kunstproject van Lenka Clayton waarin 81 kunstenaars-moeders dezelfde dag documenteerden. Wat gebeurt er wanneer we niet de grote gebeurtenissen, maar het alledaagse bewaren? Samen onderzoeken we hoe moederschap niet alleen een verzameling taken is, maar ook een eigen ervaring van tijd, en wat deze vaak onzichtbare zorgpraktijken ons leren over opvoeding en het alledaagse.
Eva Brattinga is doctoraatsonderzoeker aan de onderzoekseenheid Educatie, Cultuur en Samenleving (KU Leuven) en lector pedagogiek in de opleiding Sociale Readaptatiewetenschappen (UCLL). In haar onderzoek verkent zij de betekenis van het alledaagse voor opvoeding. Momenteel onderzoekt zij onder meer hoe ervaringen van wachten, herhaling, onderbreking en volhouden pedagogisch betekenisvol worden in opvoedings- en zorgpraktijken.
Lamyk Bekius/Maud Vanhauwaert: Dichter-Moeder/Moeder-Dichter. Schrijven in de gezinscontext
In deze bijdrage reflecteren schrijver Maud Vanhauwaert en onderzoeker Lamyk Bekius op de verbondenheid van het moederschap en het schrijverschap. In het kader van de expo Beginnen in het Letterenhuis registreerde Maud het ontstaan van haar gedicht ’t via toetsaanslagregistratie en schermopnames. Aan de hand van dit materiaal laat Lamyk zien hoe gezinsgeluiden en onderbrekingen het schrijfproces beïnvloeden en hoe Maud de onderbrekingen effectief inzet om afstand te nemen van het gedicht, het te reciteren en erop te reflecteren, en daarmee een moeder en dichter kan zijn tijdens het schrijven. Een ideaal moment voor Maud om haar kijk te delen op het schrijven in de gezinscontext.
Lamyk Bekius is postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen. In 2023 promoveerde ze aan de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Antwerpen op het proefschrift ‘Behind the computer screens: the use of keystroke logging for genetic criticism applied to born-digital works of literature’, waarvoor ze ook werkzaam was bij het Huygens Instituut (KNAW). In 2025 werd ze moeder van Odri. Haar onderzoek richt zich op tekstgenetisch onderzoek, born-digital literaire archieven en keystroke logging.
Maud Vanhauwaert is schrijver en performer. Ze publiceerde gelauwerde dichtbundels, waaronder Het stad in mij, dat voortvloeide uit haar Antwerpse stadsdichterschap. Haar debuutroman Tosca werd bekroond met de Hebban Debuutprijs en belandde op de shortlist van de Libris Literatuur Prijs. In 2026 verschenen het kinderboek Tussen Ons (Lannoo) en Leven in mootjes(Das Mag), een selectie uit de cursiefjes die ze twee keer per week schrijft voor De Morgen. Dit najaar toert ze als ‘ambassadeur van het Nederlands’ met de voorstelling Letter maar op. Als 'artistiek eileider' van de Paddegragt organiseert ze literaire evenementen. Meer info op www.maudvanhauwaert.be
Edith Cassiers: De Moederrol. (Materni)tijd, taal en theater in het literaire archief
Is moederschap een performance? Bestaat moederen bovenal uit het aanmeten van gebaren, woorden, een kostuum? Deze bijdrage bestudeert moederschap van Belgische theatervrouwen in de collectie van het Letterenhuis. Aan de hand van archiefdocumenten van 19de- en 20ste-eeuwse theateractrices, -schrijfsters en -pedagogen verdiept Edith Cassiers zich in hoe deze vrouwen zich presenteerden en gerepresenteerd werden - op het podium, in de huiskamer en het literaire archief. Hoe combineerden ze het moederschap met een kunstenaarsleven? Welke relatie was er tussen moederschap en het modernistisch theater? Welke rollen spelen tijd, taal en theater in het moeder zijn? En wat betekent dat voor het archief?
Edith Cassiers behaalde haar dubbeldoctoraat in de Theaterwetenschappen en Intermedialiteit aan de Universiteit Antwerpen, en de Literatuurwetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Ze geeft theorie- en praktijkles aan de opleidingen Drama en Dans aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen, en Kostuumontwerp aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen. Bij beide instellingen werkt ze aan haar artistiek onderzoek over Belgische vrouwelijke theatermakers tussen 1830-1948, en hun verhouding tot feminisme en modernisme. Ze maakte verschillende theatervoorstellingen, in binnen- en buitenland.
Eli Elise Hoopman: Moeders van Reuzen
Moeders van Reuzen verkent het moederlichaam als archief via een dialoog tussen primordiale moeders uit het antieke Boek van de Reuzen en moeders die het Letterenhuis baarden: de moeder van Hendrik Conscience, en de moeders die hulde brachten aan zijn zeventigste verjaardag en aan zijn honderd Vlaamse boeken tijdens een Brusselse optocht op 25 september 1881.
Eli Elise Hoopman, Vieze Meisje, Fleur De Roeck, Cleo Foole en Alex Schuurbiers nodigen je uit voor een oefening in archiveren van vlees, bloed en zeewier, om samen te horen, te zien, te voelen, te ruiken en te proeven.
Eli Elise Hoopman is doctoraatsonderzoeker aan de AP School of Arts. Via de antieke verhaaltraditie van het Boek van de Reuzen onderzoekt ze mogelijke hedendaagse rollen van de auteur als curator tussen goddelijke en artificiële agency. Ze stelt zich vragen over het toenemende belang van AI, en de manieren waarop antieke literatuur uit een pre-auteur tijdperk als inspiratie kan dienen om auteurschap vorm te geven in het hedendaagse culturele landschap. Ze maakt deel uit van het Oostends literair collectief de Letteristen, en ze is verwant maker bij het Antwerpse WATLAB. Je kunt haar werk o.a. lezen via literaire tijdschriften zoals De Zee Wacht en DW B.
Sessie 3: Bewegen tussen verschillen
Anne Marie Koper en Juliette van Dijk: Over Tillie Olsen en stiltes in de (vertaalde) literatuur
Haar dagen en nachten waren gevuld met werken, moederen en actievoeren. Maar in de verloren uurtjes schreef ze, vaak op kleine stukjes papier. Ze liet niet alleen prachtige verhalen na, ook heeft ze het werk van talloze andere schrijfsters aan de vergetelheid weten te onttrekken. Wie was deze oermoeder van de literaire vrouwenstudies, Tillie Olsen? De vertalers, Anne Marie Koper en Juliette van Dijk, lezen voor uit haar verhalenbundel Vertel me een raadsel en vertellen over haar essaybundel Silences. Ook staan ze stil bij hun eigen rol als archivarissen. Hoe kunnen vertalers hun enthousiasme over vergeten of ondergewaardeerde auteurs inzetten om bij te dragen aan een inclusievere canon?
Juliette van Dijk is vertaalster, zangeres en moeder van een zoon van 14. Ze studeerde Engels aan de UvA, Bulgaarse zang (o.a. aan de Plovdiv Folk Academy) en literair vertalen aan de Vertalervakschool in Amsterdam.
Anne Marie Koper vertaalt uit het Engels en Duits. Ze richt zich vooral op boeken met een feministische inslag van schrijfsters als bell hooks, Jia Tolentino, Katherine Angel en Nicole Flattery. Daarnaast is ze docente aan de Vertalersvakschool.
Samen vertaalden Juliette en Anne Marie voor uitgeverij Van Oorschot Tillie Olsens verhalenbundel Tell Me a Riddle (Vertel me een raadsel), een ‘vergeten klassieker’ waarin het moederschap een grote rol speelt.
Astrid Goossens: Maternal ecodistress: Hoe ga je om met een niet-onderhandelbare kinderwens, in tijden van crisis?
Wat betekent het om een kinderwens te hebben en kinderen groot te brengen in tijden van klimaatcrisis, oorlog en maatschappelijke onzekerheid? Deze lezing onderzoekt maternal ecodistress: de angst, schuld en machteloosheid die kunnen ontstaan wanneer moederschap en ecologische crisis samenkomen. Welke woorden en verhalen bestaan hierover? En hoe kan literatuur helpen om deze tegenstrijdige gevoelens te begrijpen, een plek te geven en veerkrachtig naar de toekomst te kijken?
Astrid Goossens zoekt in haar schrijven naar vorm, rond thema's als klimaat, mentale gezondheid, moederschap. Ze houdt van nieuwsgierigheid, experiment en teksten die nog niet precies weten wat ze willen worden. Ze schrijft zelf dan ook proza, poëzie, essay en alles daartussenin. Als docent begeleidt Astrid schrijvers bij het ontwikkelen van hun werk en hun manier van werken. Ze heeft gepubliceerd bij literaire magazines als Hard//Hoofd en Hollands Maandblad, en is eindredacteur bij Hard//Hoofd. Ze houdt van kleine honden.
Ulka Delbroek en Silke Vanhoof: (A)historisch maternalisme: De pseudo-objectiviteit van het archief en de zogenaamde subjectiviteit van het moederschap, uitgedaagd: een breed opgevatte uitwisseling.
Wat definieert een moeder (niet)? Vanuit schijnbaar tegengestelde perspectieven gaan Silke en Ulka in dialoog over de complexiteit en de politiek van moederschap. Vooropgestelde dichotomieën zoals moeder/niet-moeder en objectief/subjectief worden bevraagd aan de hand van aanknopingspunten uit de (vak)literatuur en geleefde ervaringen. Een briefwisseling over moederen op papier en in de praktijk, vormt de basis van deze duopresentatie die aandacht heeft voor intersecties met onder meer migratie en onzichtbaar ziek zijn. Twee ervaringsdeskundigen in versnippering brengen in woord, klank en beeld zorgvuldig gekozen fragmenten uit een breed opgevatte uitwisseling, gevoed door evenveel liefde als verontwaardiging.
Ulka Delbroek studeerde Slavistiek en Oost-Europakunde aan KULeuven en Conflict and Development aan UGent. In het kader van deze specialisatie verbleef ze o.a. in bezet Palestina, een ervaring die haar strijdvaardig karakter inzake globaal bewustzijn en wereldlijk onrecht heeft getekend. Als Deurnenaar is ze betrokken bij het verzet tegen de bomenkap, een geweldpleging die voor haar nadrukkelijk is verbonden met haar moederschap van een nu achtjarige dochter. Ulka volgde de schrijfcursus ‘Moeders’ onder begeleiding van Tuly Salumu i.s.m. het Letterenhuis en onderzoekt de moederfiguur in haar leven via het archief van haar roots in Oost-Europa. Ze is bibliotheekmedewerker en houdt van Moeder Aarde, wandelen als verzet, ijsberen en lezen. (En van Silke).
Silke Vanhoof is neurodivergent onderzoeker. Ze studeerde Nederlandse taal- en letterkunde en Theater- en Filmwetenschap aan Universiteit Antwerpen. Als lid van Cripping the Space en undisciplined performer legt Silke zich toe op intersectionaliteit en toegankelijkheid in het hoger kunstonderwijs en de podiumkunsten. Ze werkt als adviseur inclusie en diversiteit voor het participatief theatercollectief WeThePeople. Momenteel werkt Silke mee aan onderzoek naar autisme en moederschap voor European Council of Autistic People. Eerder werkte zij als theaterrecensent, dramaturg en gastdocent aan het Koninklijk Conservatorium en de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. Ze houdt van boeken, creëren, katten en zeebiologie
Sessie 4: Vele moeders in beeld brengen
Joke Struyf: Matrescentiecatalogus: een collectieve studie van matrescentie
Waarom heeft niemand me dit verteld, vragen nieuwe moeders zich vaak af. Tijdens het transformatieve proces van het moeder-worden gaan moeder/auteurs vaak op zoek naar wat andere denkers en kunstenaars erover hebben verteld, wat zich uit in de vele verwijzingen in matrescentieliteratuur. In een grafiek zijn de gedeelde bronnen bijeengebracht: een netwerk dat een gemeenschappelijke studie van matrescentie vertolkt. Tegen het vergeten in wil deze matrescentiecatalogus een archief zichtbaar maken dat weliswaar selectief en gesitueerd is: het is uitdrukkelijk één mogelijke catalogus waar er vele andere mogelijk en zelfs wenselijk zijn.
Joke Struyf (zij/haar) is een lesbische moeder van drie en doctoraatsonderzoeker aan het departement Wijsbegeerte van de UAntwerpen. Sinds enkele jaren onderzoekt ze normatief moederschap, moederen en sense of agency. Ze publiceerde werk rond validisme in normatief moederschap, de trend van moederfitness, verwachtingen omtrent ouderschap bij Europese jongeren, borstvoeding en polymaternalisme, en recent nog rond matrescentieliteratuur.
Feike Dietz: ‘Wat geen taal, hoe rijk ook, kan uitdrukken’: De betekenis van moederlijke vriendinnen in het oeuvre van Petronella Moens (1762-1843)
Petronella Moens schreef rond 1800 veelvuldig over en voor moeders, terwijl ze zelf geen moeder was en van jongs af aan ook geen moeder had. In deze presentatie toont Dietz dat Moens in haar oeuvre een inclusief moederschap bepleitte, ingegeven door haar eigen moederschapservaringen en haar identiteit als blinde vrouw in een samenleving waarin ‘zien’ de norm was. Moens schreef over stiefmoederschap, zorgzame vrouwenvriendschappen een regenbooggezinnen-avant-la-lettre: voor haar omvat ‘moederschap’ veel meer dan een biologische band met een kind.
Prof. dr. Feike Dietz is hoogleraar ‘Mondiale dynamiek van de Nederlandse letterkunde’ aan de Universiteit van Amsterdam. Zij doet onderzoek naar de relatie tussen vroegmoderne teksten, kennis en lezen, met speciale interesse voor jeugd en vrouwen. Het werk van Petronella Moens bracht zij recentelijk mee onder de aandacht binnen het project Fixdit Historische Klassiekers: Aflevering 11 - Petronella Moens - Fixdit.nu.
Libby Ward: Het moederlichaam van binnen naar buiten lezen
Moederen wordt een vorm van lichamelijk archiveren: kennis die wordt doorgegeven van lichaam naar lichaam, voorbij taal en over generaties heen. Wat bewaart het lichaam juist van het moeder worden en zijn? En wat verdwijnt wanneer die belichaamde kennis niet wordt (h)erkend? Deze bijdrage vertrekt vanuit een artistiek onderzoeksproject naar maternale belichaming en nodigt uit om de moeder en het moederlichaam te benaderen als een plaats van lichamelijke kennis. Kennis die voortdurend in beweging is, in relatie tot een ander, en die van binnen naar buiten gelezen kan worden.
Libby Ward is danser, onderzoeker en docent, en werkt vanuit België en het Verenigd Koninkrijk. Ze behaalde haar master in dans aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen waar ze de PlayRight+ Prize ontving voor haar eindwerk. Haar onderzoeksproject TheMaternal body: moving as more than one vraagt hoe dans kennis van maternale belichaming kan blootleggen. Tijdens dit onderzoek creëerde ze haar eigen werk Split Mountain, een voorstelling die ze tijdens en na haar zwangerschap uitvoerde. De tekst van de voorstelling werd gepubliceerd in Motherlore (Mutter Magazine). Recent werkte ze als dramaturg voor Lullabye van Anneleen Keppens en voor Hold the House van Anastassya Savitsky.
Sessie 5: Moeders in de marge
Jelle Annie Michiels: Hoe bepaalt mijn moederschap mijn artistieke carrière?
Moederschap leerde Jelle Annie Michiels om met zachte, maar ook kritische ogen naar de wereld kijken. Tegelijk voelde ze zich verscheurd, ze had nood aan tijd voor zichzelf en voor haar artistieke ontwikkeling, maar ervoer weinig steun om die ruimte als moeder in te nemen.
Haar artistieke praktijk bewoog mee met de noden van haar kinderen: groot werk in het atelier wanneer er tijd was, klein werk thuis wanneer hun behoefte aan nabijheid en structuur groter was. De praktijk werd versnipperd, maar die fragmenten vormen vandaag een persoonlijk archief van moederschap, verlies, zorg en herstel.
Jelle Annie Michiels is beeldend kunstenaar en onderzoeker. Haar werk stimuleert en ondersteunt gesprekken over rouw en trauma. Ze presenteert haar werk in tentoonstellingen en gebruikt deze als uitgangspunt voor het ontwikkelen en geven van workshops, waarin deelnemers haar sculpturen activeren. In haar artistieke praktijk onderzoek ze de relatie tussen lichaam, materiaal, herinnering en de sporen die ervaringen achterlaten.
Bente Ooms: ‘Moedige meisjes’ in de jeugdliteratuur. Het narratief van tienerzwangerschap en -moederschap uit 'Over tijd' van Dirk Bracke in historisch perspectief
De Vlaamse tienermoeder was een uitvinding van de late twintigste eeuw. In het licht van het afgenomen belang van het huwelijk, een veranderende mentaliteit rond seksualiteit en de abortuswetgeving, werd de ongehuwde moeder vervangen door de tienermoeder. Die nieuwe sociale problematiek werd vanaf 1990 ook zichtbaar in de media en populaire cultuur, zo ook in de literatuur. Dirk Brackes jeugdboek Over tijd (2007) bracht het thema tot bij pubers van generaties Y en Z.
Deze lezing duikt in de verschillende narratieven over tienerzwangerschap en -moederschap, hoe Bracke die hanteerde en hoe dit toenmalige pubers deed nadenken over jonge moeders.
Bente Ooms studeerde in 2024 af als historica aan de KU Leuven met een masterscriptie over de recente geschiedenis van ongehuwd moederschap en tienermoederschap. Sinds 2025 is ze als promovendus in de historische pedagogiek verbonden aan Rijksuniversiteit Groningen.
Sessie 6: Tussen Tiktok en kunst
Yoni Van Dam: “Get ready with me terwijl ik je mijn bevalverhaal vertel”. TikTok als hedendaags digitaal archief van bevallings- en moederschapservaringen
Een bevallingsverhaal is meer dan een persoonlijke getuigenis. Het is een medium waarmee ervaringen, kennis en normen rond geboorte en moeder-worden circuleren en doorgegeven worden. Naast familiale of literaire context, worden bevalverhalen vandaag ook publiek gedeeld op digitale platformen, die niet alleen bepalen wie verhalen kan vertellen maar ook welke verhalen wenselijk worden. Op basis van een corpus van ongeveer twee uur aan TikTok-video's van Vlaamse makers, geanalyseerd via multimodale discoursanalyse, onderzoekt deze bijdrage hoe TikTok functioneert als hedendaags digitaal archief van bevallings- en moederschapservaringen en welke moederschapsbeelden daarin naar voren komen.
Yoni Van Dam is doctoraatsstudent in de taalkunde aan de Universiteit Antwerpen, onder begeleiding van prof. dr. Jana Declercq. Vanuit een linguïstisch-etnografische benadering onderzoekt zij hoe er in Antwerpen over zwangerschap, geboorte en geboortezorg wordt gesproken, en wat dit onthult over de bredere maatschappelijke context waarin deze praktijken zijn ingebed.
Line Mertens: Moederpuin
Deze vertelling gaat over de verhalen rond moederschap, werk en kunst die in ons denken en voelen vervat zitten. De verhalen die ons een spontaan beeld geven bij ‘een goede moeder’, ‘een gezonde familie’, ‘werk’ en ‘ware kunst’. Ervan overtuigd dat die verhalen niet logisch en natuurlijk zijn, maar opgebouwd, kijkt Line Mertens graag met jou naar hoe dat bouwsel vaak tekort schiet in de complexiteit van ons dagelijkse leven. En hoe we dan verder kunnen met het puin dat ons gevormd heeft.
Line Mertens studeerde in 2025 af aan de Toneelacademie Maastricht (Master in Theater). De voorbije jaren maakte ze speeches onder de noemer Tiny Demolitions (o.m. Beyond the Blackbox Festival 2024) en publiceerde ze enkele opiniestukken (De Standaard, Rekto:Verso) Daarnaast maakte ze als schrijver en performer deel uit van de performance Donja Hota (Enkidu Khaled, KAAI 2024). Voor een studiedag georganiseerd door Brakke Grond maakte ze eerder een lezing rond “(m)otherhood in de kunsten”.
Afsluiting
Cleo Klapholz (performance)
Door gebruik te maken van haar unieke poëzietechniek 'poetic harvesting' verzamelt Clapholz gedurende de dag woorden, zinnen, indrukken en verhalen die tijdens gesprekken, lezingen of ontmoetingen opduiken. Aan het einde van de dag verwerkt ze deze oogst tot een nieuw gedicht.
Cleo Klapholz is een Antwerpse dichter. In 2020 richtte ze samen met Kibi Puati Nelen het collectief Proza-K op, dat tijdens de pandemie een digitaal podium bood aan dichters en nadien een fysiek maandelijks podium kreeg in KAVKA. Van 2022 tot 2024 was ze stadsdichter van Antwerpen. Haar werk verscheen in verzamelbundels van Uitgeverij Eenhoorn. Daarnaast geeft ze poëzieworkshops aan kinderen, volwassenen en senioren, organiseert ze literaire evenementen met vzw Ter Leering ende Vermaeck en schrijft ze voor de Gazet van Zurenborg, waar ze ook deel uitmaakt van de hoofdredactie. Tenslotte werkt ze nog fulltime als communicatieverantwoordelijke.
Gerda Dendooven: keynote
Inhoud volgt