Overslaan en naar de inhoud gaan

De houtblokken van uitgeverij De Sikkel ontsloten

Het Letterenhuis bewaart een interessante verzameling houtblokken en linosnedes. Het grootste deel is afkomstig uit drie archieven: van de grafische kunstenaars Antoon Herckenrath en Albert Daenens, en van de Antwerpse uitgeverij De Sikkel. Dit laatste pakket werd vorig jaar door studente kunstwetenschappen Isa Sedrez Araujo tijdens haar stage zorgvuldig beschreven en ontsloten. Het gaat om werk van onder anderen Jozef Cantré, Elisabeth Ivanovsky en Frans Masereel.

Houtblok met uitsnede van een man die knielt voor een dame. Erachter staat een opengeslagen boek met dezelfde illustratie erin gedrukt.

Uitgeverij De Sikkel hechtte van bij de oprichting in 1919 veel belang aan het kwalitatief illustreren van haar publicaties. Aan de basis van De Sikkel stond Eugène de Bock. Die ging samenwerkingen aan met grafische kunstenaars zoals Jozef Cantré, Frans Masereel, Henri van Straten, Elisabeth Ivanovsky en Victor Stuyvaert. Dit resulteerde in tientallen illustraties die de boekuitgaven van De Sikkel deden opmerken. De uitgeverij begaf zich hiermee op het snijvlak tussen literatuur en grafische kunst. Het vestigde mee de reputatie van De Sikkel en het geeft onmiddellijk ook het belang aan van de verzameling houtblokken bewaard in het Letterenhuis.

De houtblokken

Vanaf 1952 schonk De Sikkel naast drukclichés ook houtblokken aan het AMVC, de voorloper van het Letterenhuis. Specifiek gaat het om de houtblokken die Jozef Cantré maakte voor zijn boek Jaakske met zijn fluitje (1932) en houtblokken gemaakt door Frans Masereel in 1937 voor de publicaties van vijf theaterteksten van Herman Teirlinck: Ave, De ekster op de galg, Ik dien, Vertraagde film en De man zonder lijf. De collectie bevat verder ook houtblokken gemaakt door Henri van Straten voor de heruitgave van toneelwerken van de zeventiende-eeuwse auteur Guilliam (Willem) Ogier in een reeks voor het Antwerpse bibliofiele genootschap De seven sinjoren, en voor een bewerking van Reinaert de vos door Hubert Melis. Elisabeth Ivanovsky tekende voor de illustraties bij een heruitgave van Lode Baekelmans' roman Tille. Ten slotte zijn er van Victor Stuyvaert een zeventigtal illustraties voor sprookjes en volksvertellingen. De collectie van enkele honderden houtblokken vertegenwoordigt slechts een staalkaart van wat er voor uitgeverij De Sikkel aan illustraties werd geproduceerd. 

Het belang van illustraties bij De Sikkel 

De boeken van De Sikkel zijn het resultaat van De Bocks kennersoog voor smaakvolle en vernieuwende illustraties. In Een uitgever herinnert zich uit 1979 schreef De Bock: 'Tegenwoordig worden romans en verhalen minder geïllustreerd en ook minder gebonden. De oplage moet groter en beterkoop worden voor een steeds groter wordend publiek.' 

Voor de samenwerkingen die De Sikkel aanging met illustratoren was het dus belangrijk om zorgvuldig en innovatief aan de slag te gaan en bijgevolg kwaliteit boven kwantiteit te laten primeren.

Jozef Cantré // De handgekleurde illustraties in de uitgave van het volksverhaal Jaakske met zijn fluitje (1932) door Cantré getuigen van deze aanpak. De houtblokken voor deze illustraties zijn van grote sculpturale kwaliteit en verraden Cantrés ervaring als beeldhouwer. De figuren zijn expressionistisch en worden toch tot hun essentie beperkt, waardoor ze een herkenbaar karakter hebben. 

Frans Masereel // Met de houtblokken die Masereel in 1937 maakte voor de illustraties in Herman Teirlincks toneelwerk Ave, De ekster op de galg, Ik dien, Vertraagde film en De man zonder lijf toont hij de eigenheid van het medium. Dit doet hij door expressief gebruik van zwarte en witte vlakken om de figuren vorm te geven en de juiste sfeer bij elke scène te scheppen. 

Henri van Straten // In 1927 sneed Van Straten houtblokken voor Reinaert de Vos, in een bewerking van Hubert Melis. De dieren uit het verhaal zijn abstract weergegeven en toch herkenbaar gebleven dankzij de kleurrijke afwerking in de publicatie. In de reeks voor het bibliofiele genootschap De seven sinjoren maakte Van Straten houtsneden bij de heruitgave van zeventiende-eeuwse kluchten van Guilliam (Willem) Ogier over de zeven hoofdzonden. Van deze geplande heruitgave zijn enkel De gulzigheid (1921), De hovaardigheid (1934) en De gramschap (1955) effectief gepubliceerd. Maar voor de resterende vier kluchten: De haat en nijd, De gierigheid, De onkuisheid en De traagheid, maakte van Straten wel al houtsneden die zich ook in de Letterenhuiscollectie bevinden. 

Elizabeth Ivanovsky // Voor een heruitgave van de roman Tille van Lode Baekelmans maakte Ivanovsky houtsneden waarmee ze de melancholische sfeer van het verhaal goed wist weer te geven. De wijze waarop het personage Tille in de illustraties is weergegeven, zorgt ervoor dat de lezer na verloop van tijd meer en meer begrip krijgt en medelijden voelt voor haar tragische lot. 

Victor Stuyvaert // Het werk van Stuyvaert onderscheidt zich dan weer door een meer decoratieve aanpak. Zijn houtsneden zijn figuratief en verfijnd. De collectie van het Letterenhuis bevat de houtblokken die hij maakte voor de publicatie van Drie Brusselsche kluchten uit de zeventiende eeuw van Joan De Grieck uit de reeks voor De seven sinjoren (1925). Ook maakte hij een groot aantal kleine, fijne houtblokken voor een bewerking van het anonieme oude Franse verhaal Aucassin et Nicolette door Jérôme Decroos (1930). De houtblokken die Stuyvaert maakte voor het kindersprookjesboek Droomerijtjes bij den haard (1932) van Richard Volkmann-Leander bevinden zich ook in de Letterenhuiscollectie. Het zijn speelse en fijne illustraties die op bijna elke bladzijde het boek verfraaien. 

Registratie 

De houtblokken werden gereinigd, beschreven, gelabeld en zorgvuldig verpakt. Aan de hand van de gedrukte illustraties beschreven we elk houtblok in het collectieplatform van het Letterenhuis. In de beschrijvingen werd naast een korte duiding van de illustratie ook telkens de publicatie vermeld waarvoor de houtgravure in kwestie gemaakt werd, samen met het paginanummer waar de illustratie in het gedrukte boek te vinden is. De houtblokken werden voorzien van een label met de naam van de kunstenaar en het inventarisnummer en vervolgens in gemakkelijk stapelbare kunststofdozen opgeborgen. Deze dozen zorgen ervoor dat een langetermijnbewaring van de houtblokken verzekerd kan worden. Op termijn koppelen we aan alle beschrijvingen ook foto’s van de houtblokken.

Koesteren

De houtblokken van De Sikkel waren lang een onbekende en ondergewaardeerde deelcollectie in de depots van het Letterenhuis. Ze tonen op een bijzondere manier de samenwerking tussen De Sikkel en enkele van de belangrijkste grafische kunstenaars, actief tijdens het interbellum in Vlaanderen. De uitgeverij streefde ernaar de geschreven tekst tot leven te brengen met krachtige, kwalitatieve illustraties.

Een open doos onderverdeeld in 6 vakken. In elk vak zitten zorgvuldig verpakte houtblokjes. Bovenop de doos ligt een houtblok waarin je duidelijk een uitgesneden tekening ziet van een man en een ooievaar.Een open doos onderverdeeld in 6 vakken. In elk vak zitten enkele houtblokken netjes verpakt. Bovenop de doos ligt een houtblok met een uitsnede van een gezicht van een Afrikaanse man.Houtblok met uitsnede van een tafereel in een café waarbij 4 mannen rond een tafel zitten met een drankje en in gesprek zijn. Erachter een opengeslagen boek waarin de illustratie geprint is.

Meld je aan voor de nieuwsbrief