Overslaan en naar de inhoud gaan

Zoeken naar scherven van Filip De Pillecyn

Chris Ceustermans

Het is essentieel voor een biograaf om de stem van de geportretteerde op te vangen. Op die manier hoop je dieper te duiken in diens dromen, frustraties en verlangens. Archieven zoals het Letterenhuis zijn daarbij cruciaal. 

Biografische reis

Een biografie schrijven is voor mij een manier van op reis te gaan, vrij ecologisch en niet al te duur. Zo’n reis naar het verleden heeft als bijkomend voordeel dat je (even) het vaak bedrukkende heden kan achterlaten. Die reis maak ik graag met figuren die op de breuklijnen van hun tijd leefden. Zo iemand is Filip De Pillecyn (1891-1962).

Hij schreef niet alleen literaire klassiekers zoals het sensuele Monsieur Hawarden (1935), over een vrouw die als man door het leven gaat. De Pillecyn was ook een toonaangevende stem van een naar zichzelf zoekend Vlaanderen: katholiek studentenleider, soldaat en ideoloog van de Vlaamse Frontbeweging, eerste journalist van De Standaard, oprichter van satirische tijdschriften en een fel voorvechter van antimilitarisme en antifascisme. Tijdens het interbellum vervreemdde hij van de partijpolitiek die in zijn ogen het eigenbelang vooropstelde, kolonialisme voor vanzelfsprekend hield en geweld zaaide. De ontgoochelde oud-strijder smachtte naar een nieuwe, meer rechtvaardige samenleving. Gedurende de nazibezetting werd hij een architect van de nieuwe culturele orde in Vlaanderen. Na de oorlog, toen hij in de cel zat, schreef hij meesterwerken zoals Mensen achter de dijk (1949). De Pillecyns evolutie van antifascist en antimilitarist tot een medespeler van de nieuwe culturele orde fascineerde me. Hoe kon een verbeten idealisme deze fijngevoelige auteur naar zo’n duistere plaatsen voeren?

De stem van de geportretteerde

In het begin voert een biografische reis je naar een land waar alles wazig lijkt. De enige manier om je met het onbekende vertrouwd te maken, is je erin onder te dompelen. Voor de biograaf betekent dit scherven opduiken: krantenartikelen, foto’s, schilderijen van de wereld van gisteren. Een biografie schrijven is bovendien een prima excuus om de schrijftafel te verlaten en rond te zwerven. Zo maakte ik fietstochten langs de frontlijn bij de IJzer waar De Pillecyn in de Grote Slachtpartij de kadavers en de vliegenzwermen zag in het naar verrotting stinkende water.

Het is essentieel voor een biograaf om de stem van de geportretteerde op te vangen. Op die manier hoop je dieper te duiken in diens dromen, frustraties en verlangens. Archieven zoals het Letterenhuis zijn daarbij cruciaal. Het Letterenhuis is de plaats waar je de woorden en verhalen, soms intiem, van stemmen uit het verleden kan horen. De leeszaal is daar een sluis tussen gisteren en vandaag.  

In het geval van die andere tragische idealist, Emmanuel ‘Mane’ de Bom, werd ik biografisch verwend. In Het Letterenhuis lagen duizenden brieven en aantekeningen van de auteur (en medeoprichter van het Letterenhuis). Sommige brieven waren zelfs uitgegeven, zoals de pittige correspondentie met de piepjonge Van Nu en Straks-oprichter August Vermeylen. De Pillecyn was geen hamsteraar zoals De Bom, noch had hij een cottagewoning die hij, zoals ‘Mane’, gedurende een halve eeuw kon volstouwen met herinneringen. De geschiedenis dwong De Pillecyn vaak om zijn woonst achter te laten. En vele van zijn persoonlijke brieven werden in de repressiemaanden op straat gekeild en verbrand.

Filip de Pillecyn, 1920

Dichter bij De Pillecyn in het archief

In de schatkamer van het Letterenhuis vond ik gelukkig toch nog heel wat brieven die me erg hielpen om dichter bij De Pillecyn te komen. In de briefwisseling met zijn vlak voor de wapenstilstand van 1918 gesneuvelde boezemvriend Leo De Naeyer, voelde ik hoe De Pillecyn tijdens de Eerste Wereldoorlog al snel vervreemdde van de door Franstaligen gedomineerde militaire hiërarchie, hoe hij almaar opstandiger werd. Hoe zwaar het hem viel om na een verlof met Leo in Engeland weer naar de linies van de dood terug te keren. Hoe hij er bevangen werd door ‘inademing van dat vreemdsoortige reukwerk dat men gas noemt en waarvan Fritz ons ruimschoots voorziet’.

Dankzij het aan het Letterenhuis geschonken De Standaard-archief van Gaston Durnez kon ik ervaren hoe de getraumatiseerde oud-strijder op de redactie in de prille beginjaren van De Standaard wegdreef van hoofdredacteur en Vlaams katholiek leider Frans Van Cauwelaert. Die stuurde zijn pupil De Pillecyn vaak verwijtende kattebelletjes omdat hij te veel aandacht schonk aan de concurrenten van de flamingantische Frontpartij: ‘Ik heb reeds dikwijls genoeg de redactie gewaarschuwd dat zij zelfs niet incidenteel propaganda te maken heeft voor de Frontpartij.’

Ik kon een glimp opvangen van hoe de vaak uithuizige auteur en journalist tijdens zijn De Standaard-jaren in Brussel dochterlief verwende, zoals die keer met extra rondjes op een paardenmolen in Ganshoren. En er waren de aangrijpende brieven die De Pillecyn na zijn veroordeling voor collaboratie in 1947 vanuit de cel naar diezelfde dochter schreef. Daarin probeerde hij haar de moed te schenken die hijzelf vaak ontbeerde. Zijn wanhoop verborg hij voor zijn ‘Lieveke’ en liet hij de vrije loop in brieven aan literaire kennissen zoals Marie-Elisabeth Belpaire: ‘[…] drie en half jaar leven in een cel vreet een mens op. Zomers zonder bloemen, herfsten zonder vruchten, zang van vogels in bomen die we niet zien […].’ Uit die celbrieven bleek dat hij zijn prozawerk in de gevangenis, waaronder het meesterwerk Mensen achter de dijk, zag als een geestelijke reddingsboei en als bron van inkomsten om zijn werkeloze dochter te ondersteunen.  

Ik kon lezen hoe De Pillecyn na zijn vrijlating in 1949 trachtte zijn burgerrechten terug te krijgen. Hoe hij jarenlang in de clinch lag met de Belgische justitie die zijn recht betwistte om als ex-collaborateur proza te publiceren. Van een hartverwarmende solidariteit getuigden de lijsten met handtekeningen van vele Vlaamse auteurs, van rechts tot links, van de dan al oude ‘Mane’ de Bom tot de jonge Piet Van Aken, die De Pillecyn ondersteunden in die strijd voor het vrije woord.  

Het gedetailleerde traject van De Pillecyns radicalisering tijdens het interbellum kon ik niet reconstrueren in het Letterenhuis. Daarvoor moest ik zijn talloze columns doorploegen in bladen zoals De Vlaamsche Oudstrijder in het rijke archief van het ADVN | archief voor nationale bewegingen. Maar het was in het Letterenhuis dat ik Filip kon horen vloeken, zijn liefde schenken of de vriendschap bezingen. 

Cover  'Filip De Pillecyn. Een biografie' door Chris Ceustermans

Filip De Pillecyn. Een biografie van Chris Ceustermans verscheen bij Tzara.
ISBN: 9789022342138
Prijs: € 34,99
 

13- -2- 2026

Meld je aan voor de nieuwsbrief