Overslaan en naar de inhoud gaan

Archief van Kristien Hemmerechts verwerkt

Lies Wilmots

In 2025 bracht Kristien Hemmerechts een groot deel van haar archief onder in het Letterenhuis. Niet alleen de hand- en typoschriften van haar publicaties en de verzamelde documentatie ervoor, maar ook uitgebreide knipselcollecties en documenten die getuigen van haar studies, reizen, haar loopbaan als docent en haar sociaal engagement bleven bewaard. In totaal gaat het om tientallen archiefdozen aan materiaal.

Groepsfoto met Kristien Hemmerechts en 4 mannen

Het begin van een schrijversleven

Hemmerechts groeide op in Strombeek-Bever als derde kind van Karel Hemmerechts en Liliane Verhaeghe. Ze studeerde Germaanse filologie aan de vroegere Universitaire Faculteiten Sint-Aloysius (UFSAL, later bekend als de KUB) in Brussel en aan de KU Leuven. Een omvangrijke verzameling knipsels over haar leven en werk werd door haar ouders vergaard, die ook een mapje kindertekeningen en puntenkaarten van kleuterklas tot doctoraat voor de eeuwigheid hebben bewaard.

Haar doctoraat Germaanse filologie behaalde ze met een proefschrift over de Engels-Caraïbische schrijfster Jean Rhys. Hemmerechts verzeilde na haar studies in Engeland waar ze met haar Britse partner een jeugdherberg uitbaatte. Ze schreef haar eerste verhalen in het Engels.  

Ze debuteerde in 1986 bij de uitgeverij Faber and Faber met drie Engelse verhalen in de anthologie First Fictions, Introduction 9. Enkele van haar verhalen verschijnen vervolgens in Nederlandstalige literaire tijdschriften en in 1987 publiceert ze haar debuutroman Een zuil van zout bij uitgeverij Houtekiet. Vóór verschijning was het manuscript in 1986 al bekroond met de driejaarlijkse Provinciale Literaire Prijs van Brabant. Het is het eerste in een lange rij romans, artikelen, reisverslagen, essays en lezingen.

Haar romans handelen vaak over dood en verlies en complexe menselijke relaties. Haar eigen ervaringen en het rouwen om de wiegendood van haar twee zoontjes kleuren haar schrijven zonder daarom expliciet autobiografisch te zijn. Ook haar sociale gedrevenheid en haar feminisme, haar openheid rond taboeonderwerpen zoals seks of mentale gezondheid, vormen een rode draad in haar oeuvre. Dit resulteert soms in beladen reacties van het lezerspubliek.

Ze schuwt in haar non-fictiewerk evenmin een onderwerp als collaboratie, zoals de handschriften van haar boek Het verdriet van Vlaanderen (2019) laten zien. Haar biografie van de filosoof Leopold Flam, Ik zal alles verdragen, ook mezelf (2023), geschreven samen met Guido Van Wambeke, wordt in haar archief gedocumenteerd door de transcripties van de brieven en dagboekfragmenten die Hemmerechts daarvoor raadpleegde in het Letterenhuis. Flam, die het concentratiekamp van Buchenwald overleefde, beschrijft in zijn dagboeken zijn ervaringen en hoe hij hierdoor voor het leven getekend werd.

Omgaan met de gelaagdheid van een uitgebreid archief

Het ordenen en in een databank (zoals ons collectieplatform) overbrengen van een dergelijk uitgebreid en volledig archief, met de door de archiefvormer geproduceerde neerslag van het creatieve proces, is een bijzondere uitdaging. Vaak is het materiaal ambigu en niet onder één noemer te vangen en moeten we als archiefverwerkers zelf ook creatief aan de slag. Getuige hiervan bijvoorbeeld de lijst handschriften die als ‘Cahiers’ werden benoemd. Deze bevatten vaak zeer vroege, handgeschreven verhalen, dagboekfragmenten en korte memo’s die telkens herwerkt werden, vaak niet gedateerd zijn, verspreid zijn over verschillende schriftjes, en soms de embryonale fase van latere publicaties blijken te vormen. Ze werden opgeschreven in Atoma-schriftjes of in grote schoolschriften van verschillend formaat. Ze zijn bij de verwerking van het archief voor zover mogelijk chronologisch geordend.  In de beschrijving op het collectieplatform staan de titels van publicaties die geïdentificeerd konden worden duidelijk vindbaar opgesomd.

Onder de rubriek ‘Werk’ plaatsten we een opsomming van publicaties waarvan ofwel handschriften en typoschriften, of documentatie in de vorm van knipsels in het archief werden aangetroffen. Dit omvat romans, verhalen, artikelen, bijdragen in bundels, non-fictie en reisverslagen, drama voor televisie, teksten voor theater en muzikale opvoeringen.

Twee grote schoolschriften volgeschreven met notities

De zogenaamde ‘Cahiers’ met handgeschreven verhalen, dagboekfragmenten en korte memo’s

Briefwisseling en krantenknipsels uit het archief van Hemmerechts

Brieven in verband met Hemmerechts' debuut bij de Londense uitgeverij Faber and Faber met drie Engelse verhalen ‘Hair’, ‘Words’ en ‘The sixth of the sixth of the year uitgegeven in de bundel First fictions, Introduction 9 (1986).

Flyer van een voorstelling van het Het verdriet van België in Arenberg

Brochure voor de muziektheatervoorstelling Het verdriet van Vlaanderen in samenwerking met Hein en Toon van den Brempt (Kinderen van de collaboratie) en Stijn Kuppens en Kim van den Brempt (muziek).

Sporen van werk en leven in het archief

Hemmerechts’ sociaal en cultureel engagement blijkt uit een lijst van tientallen organisaties, en uit de deelname aan evenementen waarvan de sporen bewaard bleven in de vorm van flyers, brochures, krantenknipsels en ander documentatiemateriaal. Ook vinden we bijvoorbeeld een dossier terug over haar medewerking aan de Anna Bijns Stichting, in 1981 opgericht in Nederland door onder anderen Renate Dorrestein en Anja Meulenbelt, met de bedoeling meer vrouwen in het literaire veld te introduceren. De Anna Bijns Prijs, oorspronkelijk een louter Nederlandse aangelegenheid, werd in 1991 voor de eerste maal uitgereikt in Vlaanderen aan Christine D'haen voor haar poëzie. Literaire prijzen in Nederland en Vlaanderen gingen gemiddeld veel vaker naar mannen dan naar vrouwen; deze prijs wilde daar een tegengewicht voor bieden. Dat was een problematiek die Hemmerechts als feministe bijzonder nauw aan het hart lag en ligt.

De uitgebreide briefwisseling bevat niet alleen een tweehonderdtal brieven en afgedrukte e-mails, geordend per correspondent, maar ook correspondentie met tijdschriften en dagbladen, uitgeverijen, (soms boze) lezers en oud-leerlingen. Bijzonder zijn de dossiers met briefwisseling over specifieke publicaties zoals de roman Ann uit 2008. Dit boek is gebaseerd op gesprekken met Ann, een vrouw die aan anorexia leed en overwoog om uit het leven te stappen. Reacties van lezers op de problematiek zitten gebundeld in een dossier ‘Brieven voor Ann’.

De knipselverzamelingen geven een inkijk in Hemmerechts’ activiteit als columniste voor verschillende bladen, haar werk als gast voor radio en televisie, de interviews en lezingen die ze gaf, en de vele randactiviteiten waarvoor Kristien Hemmerechts zich tot nog toe engageerde. Dit materiaal werd voor zover mogelijk geordend op de titel van publicatie of op genre, ofwel chronologisch gesorteerd.

In 1997 overleed echtgenoot Herman de Coninck, op weg naar een literair congres in Lissabon, aan een hartaanval. Het dossier hierover in het archief bevat hommages, foto’s, briefwisseling, persartikels, rouwregisters en materiaal over publicaties en vertalingen van en over werk van De Coninck. In haar boek Taal zonder mij (1998) verdiept Kristien Hemmerechts zich in de persoon Herman de Coninck en in zijn poëzie, een postuum eerbetoon aan haar levensgezel. In het archief vinden we een handschrift en drie typoscripten, en een verzameling correspondentie met onder anderen Dirk Avonts, Ludo Bleys, Leen Boereboom, Hilde Keteleer, Herman Mariën en Ingrid vander Veken.

Dit archief verwerken was bijzonder, niet alleen door de omvang ervan en de intuïtieve manier waarop de archiefvormer haar oeuvre creëert, maar ook omdat Kristien Hemmerechts openstond voor het geven van uitleg en met veel vertrouwen haar levensverhaal in onze handen legde. Het nu verwerkte materiaal beslaat de periode van ca. 1977 tot en met 2024, een tijdspanne van bijna vijftig jaar. 

24- 2- 2026

Meld je aan voor de nieuwsbrief