Overslaan en naar de inhoud gaan

Een prangende getuigenis van een onbekende soldaat

Vrijdag 23 april 1915 (vervolg)

Waarin Picard verslag uitbrengt van het verhaal van soldaat die niet hoog opheeft van de houding van sommige Belgische legercommandanten. Het lijkt alsof hij de naam van de soldaat niet kent, maar waarschijnlijk vervangt hij de naam bewust door drie puntje.

Ik kreeg dezen namiddag bezoek van … : hij was van plan naar het front te gaan. Maar een vriend van hem, die hetzelfde plan wilde ten uitvoer brengen werd verwittigd door zijne vrouw verpleegster nu heelemaal niet te vertrekken: de hospitalen liggen vol typhus. De lijken lagen, weinig ondergegraven en nu heerst er verrotting en stank. Voorlopig dus geen vertrek!
… vroeg ook wat te denken over het eindresultaat: problematiek. Hij vroeg of Antwerpen bij de verduitsching zal winnen. Hij voorzag Antwerpen als vrije stad. Er werd over de nationale fouten gesproken. De oorzaak lag volgens … bij de grooten. Zelfs zoo was het gelegen bij den oorlog met de gruwelen. Bij Bouchaut ging hij een tuin binnen om wat zuiver goed aan te doen. Het trof hem hoe de deur van de villa openstond. Hij trad ook binnen: twee soldaten waren aan ’t plunderen. Hij zette ze buiten. Boven hoorde hij menschen; hij ging kijken: zijn eigen commandant met zijn oppasser waren een kast aan ’t openbreken. Wanneer de mannen  zich te buiten gingen wilde die commandant er niets op zeggen: c’est la guerre, il ne faut pas tout voir. Hij liet kapotslaan, plunderen. Uit een kelder werden flesschen wijn uitgereikt: ‘Eh, il faut un garder pour moi!’ … vertelde nog eens de episode van de gekwetste Duitscher die hij met 4 brancardiers naar het klooster had laten brengen: iedereen had geweend in ’t klooster bij het zijn hoe de gevangene de hand drukte van hem, die niet ‘geschossen hat’. Maar de commandant was nijdig en waar de soldaten er bijstonden liet hij kennen dat hij niet meer zou dulden dat iemand Duitschers ter verpleging bracht. Hij gaf bij Aarschot aan zijn mannen het signaal van fluiten en jouwen, toen dooreen Duitsche soldaten en officieren, krijgsgevangen voorbij stapten. Als militair vond … dat reeds verkeerd. De commandant beloofde ten andere, na Visé, dat zij elken Duitsch later over de grens, jong of oud, zouden vermoord hebben. Bij Lier stolen de manschappen sigarenwinkels, enz. leeg; een herbergier zegde tot … Ik meende dat de D[uitschers] zulke barbaren waren. Laat maar onze tijd tot spreken komen. En (wijzende op een groepje officieren op de baan) die kerels die ervoor betaald worden, kijken er ook niet naar om. Vele officieren stemden met dien commandant niet in en noemden hem ‘le tigne’. Maar in aanwezigheid van een majoor had dezelfde Ct zich toch ook zoo uitgelaten, en de majoor had niets aangemerkt.

Gisteren namiddag, pour memoire hier vermeld was ik op koffiebezoek bij korporaal [Valère] Maes, vrouw en kind. Wonen boven op een soort van zolder waar vroeger netten hingen. Maes heeft daar wat beschotten geplaatst, zoodat het als in kamertjes verdeeld is. De sergeant [Raymond] Wittenberg is zijn onmiddellijke gebuur achter het behangpapier. Op het papier zijn figuren, platen uit geïllustreerde tijdschriften opgehangen. Maes is teekenaar en ik was verwonderd, dat hij zooveel métier bezit.

Ik zag Grunsweig: hij zou opnieuw schrijven. Zeker, de assurantie zal niet verloren gaan. Maar het was toch raadzaam van zich in orde te stellen. Grunsweig had te Brussel daaromtrent het noodige gedaan.

Nu gisteren in de Vlaamsche Stem weer een uitval tegen Minnaert (het Atheneum incident) gevolgd van een gelijksoortige prik naar mej. van Vlaanderen (leerares in het Atheneum voor meisjes).

Meld je aan voor de nieuwsbrief